Flavourites gaat verhuizen. De commerciele Flavourites-site vind het niet fijn dat mijn blog ook zo heet dus vanaf vandaag is mijn volledig nieuwe blog hier te vinden.
Nieuw! Nu nog overzichtelijker! Nu nog meer fijne recepten! Nu nog mooier!
Een vast wekelijks ritueel is hier het foerageren. foe - ra - ge - ren [-` zjeer ` (n)] («Frans) (foerageerde, h.
gefoerageerd) voedsel verschaffen, op voedsel uitgaan, eig & fig
Alleen de term al... heerlijk! Niks one-stop-shopping in de AH XXXXXXL maar eigenhandig erop uit! In periodes dat ik meer tijd heb, trek ik er zelfs op het fietsje op uit. OK, en het moet natuurlijk niet regenen, niet te hard waaien en minstens 15 graden zijn.
De boerenmarkt op het Vredenburg, Peek en van Beurden, allemaal fijne plekken om te bezoeken. Als ik werk in Amsterdam heb, rij ik op donderdag of vrijdagavond op de terugweg vaak even langs Baambrugge, langs de Lindenhoff. Ach... er is teveel lekkers als je goed oplet.
Maar ja, soms trekt de economie ineens als een dolle aan en kom je als freelancer zomaar ineens om in het werk. Miss Flavourites zit dit jaar dus tot einde oktober al helemaal volgeboekt! Wie denkt dat dat leidt tot enorme stress in de keuken heeft het mis. Het enige verschil is dat het fietsje blijft staan (en om dat te compenseren, maakt de crosstrainer in de avond overuren, haha!) en ik gewoon aan het foerageren sla op internet. Wat een gemak! En wat een keuze! Zo kwam ik laatst in mijn zoektocht naar grof roggemeel op de site van finefoods-online. Geen idee of het enorm duur is (zal best) maar wat een foodparadijs! Echt een soort Hanos maar dan uitgebreider. Ik kwam daar van alles tegen waar ik het bestaan niet eens van kende zoals Risotto die minstens 3 jaar heeft "gerijpt". De zogenaamde acquerello risotto. Enfin... uiteraard zat dat direct in mijn boodschappenmandje dus binnenkort op Flavourites weer eens risotto!
Tja, aan het einde van de sessie zat er wel meer in mijn boodschappenmandje. Zwarte belugalinzen heb ik weliswaar nog nooit geproefd maar zijn door alleen de naam al onweerstaanbaar. Bovendien heb ik de laatste maanden een enorme trek in linzen dus dat komt mooi uit. Ook die heerlijke castelluccio linzen die we altijd meenamen uit Umbrie zijn kennelijk gewoon vanaf de bank te bestellen. En het is me naar maanden zoeken bij vele turkse en marokkaanse winkels eindelijk gelukt za-atar te vinden!
Alleen een ding bleef onvindbaar. Het heet mastiek en is een soort hars die wordt geproduceerd door de mastiek boom (Pistacia Lentiscus L.) die alleen op Chios in Griekenland groeit.
Door de eeuwen heen is de mastiek voor verschillende doeleinden ingezet. Onder meer
voor kauwgom, als smaakstof voor ijs, als toevoeging van textiel producten en zelfs
voor de hete tegels van de spaceshuttle. Nice!
"Waarom wil een mens in godsnaam mastiek kopen?" hoor ik velen nu denken. Dat is dus ook weer zo'n onweerstaanbaar ingredient vanuit een Masterchef uitzending waarin Georges Colombaris een lamsschenkelschotel maakte met griekse yoghurt, enorm veel kruiden, honing en dus mastiek.
Uitgerekend dat ingredient bleek dus onvindbaar, tot ik het vorige week tegenkwam in een klein, onooglijk grieks winkeltje Rigakis op de Amsterdamsestraatweg in Utrecht. Gewoon tijdens het foerageren. Op het fietsje.
Vandaag eten we dus gebraiseerde lamsschenkels van Georges Colombaris.
Waanzinnig lekker. Recept komt er zo aan! Nu eerst even eten...
En hier dus het recept:
Voor 4 groten heb je nodig:
4 lamsschenkels, goed ingewreven met zout en peper
4 el olijfolie
1,5 dl witte wijn (of een restje champagne van een feestje, haha!)
4 dl kippenbouillon
750 gram griekse yoghurt (please! niet die 0%-vet variant!)
5 takjes verse tijm
3 sjalotjes in heel dunne ringen
5 stukjes mastiek (daar ging het immers om!)
3 teentjes knoflook, gehakt
4 el honing
bakpapier
Wat je doet is:
Verwarm de oven voor op 150 graden.
Verhit de olie in een braadpan waar de 4 schenkels mooi naast elkaar in passen. Bak de schenkels met twee tegelijk mooi rondom bruin en haal ze uit de pan. Als de laatste schenkels uit de pan zijn, blus je de aanbaksels af met de witte wijn. Maak de aanbaksels goed los van de bodem. Doe schenkels terug in de pan. Leg ze zo plat mogelijk naast elkaar. Voeg de bouillon toe en leg vervolgens tijm, mastiek, sjalotten en knoflook op de schenkels. Schenk er de honing over en plamuur de boel vervolgens dicht met de yoghurt. Dek af met een cartouche, dat is een cirkel van bakpapier, even groot als de doorsnede van de pan met in het midden een rond gat om te ontluchten. Doe er vervolgens de deksel op en zet 4 uur in de oven.
Na die tijd is het vlees zo zacht dat het spontaan van het bot valt. De yoghurt is gestremd en samen met alle lekkere smaakjes een soort warme kruidenkaas geworden. OK, dat klinkt ronduit smerig! Maar geloof me, het is zalig.
Klaar om op te dienen. Heerlijk met pitabroodjes, yoghurt met kruiden en knoflook, en een tomatensalade met sjalot en feta.
Vandaag zat ik in het publiek van de Nova College Tour. Tja, je moet er iets voor over hebben om oog in oog te staan met een van 's werelds culigrootheden. Of; zoals Ron Blaauw zegt: "God in de keuken".
Voor wie hem niet kent: Alain Ducasse bezit over de hele wereld zo ongeveer 25 restaurants, samen goed voor 19 Michelinsterren. Als foodiefreak wil je daar dus wel eventjes voor in de rij staan. Alhoewel... eventjes? Na 3 kwartier opeengepakt als een stel biokippen voor de ingang van de zaal, vielen de eersten flauw. Inderdaad... je moet er iets voor over hebben!
En was het wat? Dat kun je wel zeggen! Sowieso was het briljant om tout culinair Nederland bij elkaar te zien. Op alle fronten. Dus de studentjes van ROC Amsterdam zaten gebroederlijk naast onze eigen culipersonalities (Kranenborg, Jaspers, Blaauw, Carron, Lute, van Wolde, Braakhekke en Rive) en uiteraard ook de TV-kandidaten van Topchef en Masterchef mochten niet ontbreken!
De opname zelf was interessant al moet ik wel bekennen dat de man nogal in herhaling kan vallen. Volgens Ducasse is een kok niet veel meer dan een doorgeefluik. Iemand die zorgt dat de beste ingredienten op de juiste manier bij de gasten komen. Bye bye culinaire ego's! Van een gerecht wordt 70% bepaald door de kwaliteit van de ingredienten, 25% is techniek en slechts 5% is talent. Met alle informatievoorzieningen tegenwoordig is alles voor iedereen toegankelijk en daardoor ook door iedereen te leren. Goed nieuws dus. Alle verhalen over de "kunst van het koken" en de "passie voor het vak", kunnen het raam uit. Begin bij het begin (dat zijn meestal de groenten), doe ervaring op op alle vlakken, maak jezelf alle technieken meester en ga daar vervolgens op door. Dan kom je er wel!
Waar Ducasse momenteel vooral de trends ziet, is in het duurzamer gebruik maken van ingredienten. We roepen het al zo lang; eet wat de seizoenen brengen en het liefst wat uit de buurt komt. En om de wereldvoedselvoorziening enigszins te ontlasten zouden we minder eiwitten moeten eten (dus vlees, vis etc) en meer granen en groenten.
Dat Ducasse mij alvast heeft geinspireerd bleek vanavond toen ik veel te laat thuis kwam en voor mezelf nog even deze salade bij elkaar gooide. Hij was heerlijk!
Voor 1 persoon:
100 gram diepvriestuinbonen
100 gram peultjes
75 gram haloumi
handvol peterselie
1 el citroensap
3 el olijfolie
Peper en zout
En zo simpel is het:
Kook de tuinbonen ongeveer 5 minuutjes en voeg er dan de peultjes bij. Kook nog 3 minuten, giet af en koel direct af met koud water.
Dubbeldop de tuinbonen (dus het gruwelijke leerachtige grauwe velletje eraf halen!) en snij de peultjes in drieen. Doe in een kom en gooi er een handvol gehakte platte peterselie bij. Snij de haloumi in plakken en bak ze aan beide kanten goudbruin. Maak ondertussen de dressing door citroensap, peper, zout en olie goed door elkaar te kloppen (of shaken, waar je maar zin in hebt). Maak de groenten aan met de dressing en leg er de gebakken haloumi op.
Enjoy!
O ja, de uitzending is op 24 maart om 21.00 op Nederland 3.
Ken je dat? Eind februari, bijna maart en dan alsnog in een winterdepressie schieten? Echt... dit soort dagen drijven me tot waanzin! De krokussen komen boven, de knoppen zwellen aan iedere tak en bij ons in de tuin staat de perzik al heel voorzichtig te bloeien... Dat dat nog helemaal niets zegt blijkt wel als je naar buiten kijkt. Koud, grijs, nat enfin; echt een dag waarop je het niet warm genoeg kunt krijgen en iedereen om je heen alsnog geveld wordt door zo'n fijn seizoensvirus.
Bij mij werken dit soort dagen een enorme behoefte aan zomereten in de hand. Lekker paprika's grillen, vlees marineren en aan spiezen rijgen, pastasalades in elkaar gooien. Gewoon omdat het kan! Alleen wat dan? Dan sta je daar met je spiezen. Hier is echt geen vrijwilliger te vinden om even lekker buiten te gaan barbeque-en en wees eerlijk... van een pastasalade krijg je het vandaag ook niet warm. Tijd voor het consensusmodel dus. Ik maakte gisteren een salade, maar dan wel een op temperatuur. Met lekkere troostende, aardse smaken. Echt voor zo'n dag als vandaag maar dan wel met een vette knipoog richting de zomer! Bovendien een enorme vitaminebom en die kan aan het einde van de winter natuurlijk ook geen kwaad.
Warme salade met aangeschoten linzen, feta en geroosterde pompoen
Verwarm je oven voor op 180 graden.
1 flespompoen, schil eraf, pitten en draden eruit en in gelijkmatige stukken gehakt
2 rode uien, in parten gesneden
rozemarijntakje
olijfolie, zout en peper
1 rode chilipeper, zonder zaadjes en in heel dunne ringetjes
rasp en sap van een citroen
flinke hand vol gehakte platte peterselie
flinke hand vol gehakte koriander
200 gram verkruimelde feta (of drijfkaas)
200 gram lekkere kleine linzen (bv Puy of Castelluccio)
3 teentjes knoflook, velletje eraf en geplet
takje rozemarijn
2 laurierblaadjes
500 ml groentenbouillon
200 ml sherry
3 el olijfolie
Doe pompoen en uienparten in een braadslee, besprenkel met wat zout, de rozemarijnnaaldjes en olijfolie en zet in de oven voor ongeveer 45 minuten. Je wilt dat de pompoen een beetje carameliseert, dat geeft een heel lekkere diepe smaak, dus haal de pompoen er niet te snel uit, hij moet echt een beetje bruin zijn.
Het koken van de linzen is echt TE makkelijk: doe alle ingredienten voor de linzen in een pannetje en kook ongeveer 25 minuten. De ene lins is de andere niet dus het is erg verstandig even te proeven of de linzen gaar zijn. Let op: te gaar is ook niet handig, dan krijg je linzensaus. Mocht de boel droogkoken, voeg dan gewoon wat extra water toe. Giet de linzen af en laat een beetje afkoelen samen met wat olijfolie. Doe er dan het sap van een halve citroen, de rasp en de chilies bij en proef! Afhankelijk van je groentenbouillon wil je misschien nog wat zout toevoegen. Daarna peterselie en koriander erdoor scheppen.
Tot slot schep je er heel luchtig de feta en pompoenstukken door. Ook heel lekker: nog wat geroosterde pijnboompitjes erover strooien.
Niet te lang wachten met eten, anders wordt de salade alsnog koud (en jij ook!)
Gisteren was zo'n dag. Hele dag gewerkt. Veel te laat geworden. File op de A2. En echt 2 minuten voor sluitingstijd van de opvang de kids ophalen. Rennen! Vliegen! En dan nog koken ook.... Bijna garantie op drama's. Op dat soort dagen is het goed dat er dit soort supersimpele recepten zijn. Die je zo in elkaar zet. En ECHT in 30 minuten op tijd staan (dat is met bij de recepten van Jamie nog steeds niet gelukt, haha!). Op de koolhydraten na zit de hele schijf van vijf erin. Voor echte
perfectionisten: kook er pasta bij met een klodder pesto, bak een broodje af (de oven staat
toch al aan) of maak aardappelpuree, desnoods uit een zakje.
Drukke mama's en papa's van de wereld, doe hier je voordeel mee:
Voor 2 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
500-600 gram witvis (afh. van je budget kun je enorm varieren, het is echter geen echt verfijnd recept dus kabeljauw zou ik zelf zonde vinden).
200 gram geraspte gruyere
200 gram geraspte emmenthaler
250 ml slagroom
300 gram gehalveerde kerstomaatjes voor de vitamientjes
pesto naar wens
En zo supersimpel is het:
Verwarm je oven voor op 180 graden
vet een ovenschaal in (ongeveer zo groot dat de vis er in 2 lagen in past)
Meng de geraspte kazen met de slagroom en breng op smaak met peper en zout. Giet de helft van het mengsel in de ovenschaal. Leg hier de helft van de vis in een laag overheen. Hierover gaan de kerstomaatjes.
De rest van de vis en tot slot de rest van de saus erover. Klodder er naar smaak en behoefte nog wat pesto overheen. Schuif in oven en kijk er 20 minuten niet meer naar om (handig! Je moet immers ook nog tafel dekken, drinken inschenken, handen wassen, schooltassen ontdoen van half aangevreten appels, tekeningen bewonderen, pleisters plakken en de tv aanzetten/Wii aanzetten).
Daarna is het smullen geblazen. Weer eens wat anders dan de chinees!
... dus mocht ik weer een taart maken! Echt ideaal als het een beetje gaat rondzingen dat je:
a: heel graag taarten maakt
b: het ook nog een beetje kunt
Dus weer lekker naar de Tafel van 18 om inkopen te doen, dat is alleen al een feestje. Dit keer heb ik voor het eerst andere taartvormen gebruikt, in de vorm van een bloem. Was als de dood dat de kapsels niet zouden lossen (vakterm, in normale mensentaal "dat de taart niet uit de vorm zou komen") maar gelukkig, geen stress.
Voor alle newbies hier; op deze plek staat stap voor stap uitgelegd hoe je zo'n slagschip maakt. En dit is hem
Tsja, dat ligt voor de hand natuurlijk na de vorige post "Drijfkaas- deel 1". Ik schreef daar al dat je heel lekkere rolletjes kunt maken van gegrilde aubergineplakjes, gevuld met drijfkaas. Lekker fris met een pittige afterburn!
Zo moet het:
Snij een aubergine in de lengte in ongeveer 8-10 dunne plakjes. Als je dit voor de eerste keer doet, koop dan 2 aubergines, dan sta je niet te vloeken als het niet allemaal mooi recht is. Verhit een grilpan (liefst zo een met streepjes voor het effect). Kwast de aubergines allemaal aan beide zijden dun in met olijfolie en grill ze op de hete plaat. Ze zijn klaar als de plakjes mooie goudbruine strepen hebben en lekker buigzaam zijn geworden.
Laat de plakjes afkoelen en maak dan de vulling.
Verkruimel 200 gram drijfkaas en doe daar flink wat fijngehakte munt, een halve fijngehakte rode chili en een paar eetlepels citroensap door. Liever geen zout, de kaas is al zout genoeg. Leg nu steeds op het uiteinde van een plakje gebakken aubergine een schep vulling en rol op. Wat je over houdt aan vulling serveer je er natuurlijk bij!
Nu moet het alleen nog even hoogzomer worden, je hebt hier wel een zwoele zomeravond bij nodig namelijk.
Wat een uitvinding, die drijfkaas! Te koop bij iedere turkse of marokkaanse slager/groenteboer/super en je kunt er werkelijk alle kanten mee op.
Normale mensen zullen dit saladekaas noemen. De griekse variant heet Feta en nepfeta heet zoiets als Salaki ofzo. Wij in Casa Flavourites noemen het drijfkaas omdat de kaasjes in de pekel vrolijk door het blik drijven (en omdat onze kinderen geen feta maar wel drijfkaas lusten, da's logisch).
Hier gaat er ongeveer 1 kiloblik per 2 weken doorheen en dat is niet zo gek als je bedenkt wat je er allemaal mee kunt doen. Tijdens de zomermaanden is het sowieso een hele makkelijke aanvulling bij iedere barbeque. Gewoon in een tomatensalade (tomaatjes, olijfolie, zout en stukjes drijfkaas, hoe simpel is dat?) of als smeermiddel (stukken drijfkaas met lekkere smaakjes naar keuze zoals gegrilde paprika, gedroogde tomaatjes, oregano etc. etc. in de blender tot pasta pureren). Verder verdwijnt de drijfkaas hier heel regelmatig in een vulling voor het een of ander. Dat kan bijvoorbeeld een hartig taartje met courgette of paprika zijn maar verbrokkelde drijfkaas met olijfolie, bosuitjes, citroensap, munt en chili is ook heerlijk in rolletjes gegrilde aubergines (moet er nog een foto van maken, zalig recept!) of brouats. Brouats maken is echt een klusje voor knutselaars. Leuk maar niet moeilijk, je moet alleen geen haast hebben, dan is het irritant. Het is als verhaal bijna niet uit te leggen hoe je ze maakt dus ik heb er ooit wat fotootjes van gemaakt.
Stap1: Snij filodeeg (liever niet die diepvriesrommel van de super, die breekt alleen maar. Bij turkse en marokkaanse winkels hebben ze veel betere) in repen van ongeveer 10 cm breed. Leg alle repen op elkaar zodat de boel niet zo snel uitdroogt. Zet ook alvast je vulling klaar en een bakje gesmolten boter met een kwastje
Stap 2: smeer de bovenkant van het filodeeg helemaal in met de gesmolten boter en leg er een hoopje vulling op.
Stap 3: vouw nu de punt linksboven over de vulling.
Klap dubbel.
En nog eens...
Net zolang tot je het hele vel filodeeg om de vulling hebt geslagen. Doe dit voor ieder vel filodeeg tot je geen vulling of geen filodeeg meer over hebt. Leg je brouats op een bakplaat, kwast ze aan de bovenkant nog even in met wat boter en bak ongeveer een half uurtje in een oven van 200 graden (check na 20 minuten voor de zekerheid eventjes, ze moeten mooi goudbruin worden).
OK, nu ben ik dus kok. Geslaagd voor mijn examen en inmiddels ook besloten volgend jaar door te gaan met de opleiding zelfstandig werkend kok.
Maar nu? Eigenlijk weet ik nog steeds niet wat ik wil doen met koken. Behalve thuis koken uiteraard maar daar heb ik net een beetje een deprimerende som op losgelaten. Komt ie:
Een jaar heeft 365 dagen. Waarvan je minstens 150 dagen pasta of stamppot of aardappelen/vlees/groente kookt. Met kinderen moet je wel, anders dreigt ondervoeding....
Hou je 215 dagen over om los te gaan. Zo ongeveer net zoveel als er recepten in een kookboek staan. Conclusie: je kunt dus maximaal 1 kookboek per jaar afwerken. OK, die vergeet ik even want met de honderden kookboeken in mijn kast zou dat betekenen dat ik nooit meer een kookboek hoef te kopen. En dat terwijl Nigella begin september weer met een nieuw kookboek uitkomt!
Ander probleem is: wat te doen met hele goede recepten? Zoals de gebraden lamsschouder met munt en granaatappelpitjes van afgelopen zaterdag? Of de zelfbedachte bietjestagliatelle met pompoenpuree, geroosterde pompoenstukjes en gefrituurde salieblaadjes van laatst.
Tuurlijk wil je die nog een keer maken! Maar ja, dat betekent automatisch dat er een recept bijkomt op de lijst van gerechten waar ik dit leven niet meer aan toekom....
Ik zie nog maar een uitweg; ik zal me op moeten geven voor de Masterchef-competitie. Kan ik in ieder geval een paar keer extra koken!
Op zo'n koksschool steek je nog eens wat op. Zo hadden we laatst een hele les gewijd aan gevogelte. En konijnen trouwens. Want op een of andere vreemde manier deelt de kookwereld deze langoren in bij de kippen, eenden, ganzen, patrijzen, kalkoenen. Wie het snapt mag het zeggen...
Anyway! De Bressekip was the kip to be, zo werd verteld. En uiteraard neem ik dan graag de proef op de som. Ik had de beestjes al eens bij de groothandel zien liggen, compleet met kop, geringd en met nog veel meer "proeven van echtheid". Omdat ze me thuis zien aankomen met een kip die nog herkenbaar is, vroeg ik de poelier het dier panklaar te maken. Kop eraf, poten eraf (niet erg charmant met een tang, alleen het geluid al...), binnenwerk eruit. Net zolang tot hij er gewoon als een supermarktkip uit zag. Het dier had kennelijk een lekker leventje genoten want het vet stulpte eruit. Mooi om in te braden dus stop dat maar weer in z'n buik! Pas bij de kassa werd duidelijk wat een luxebeest het was. 25 Eurietjes (en dat is dus horeca-inkoopprijs) schoon aan de haak. Maar daarvoor heb je wel een kip die genoten heeft van haar leventje, lekker buiten heeft mogen scharrelen in de rustieke omgeving van Bresse, kaviaar als ontbijt kreeg, per limousine naar Nederland werd vervoerd. En vervolgens gewoon in een braadslee in de oven verdween. Want laten we eerlijk zijn, een kip is gewoon een kip. En een goede Nederlandse scharrel doet wat mij betreft echt niet onder voor zo'n Franse dame van adel.
Zou dat dan wat zijn? Een broodjeszaak; bijvoorbeeld "De Broodjeshemel". Mooi plekje, zeg maar op loopafstand van Casa Flavourites. Terrasje... nee, beter nog... een binnentuin! Mediterrane sfeer. En broodjes natuurlijk, veel broodjes. Echt zo'n kaart waarbij je het je gasten zo moeilijk mogelijk maakt om het ultieme broodje uit te kiezen. En taartjes! Die horen er ook bij. Voor na de broodjes.
Het goede nieuws is dat de lijst "zeer geslaagde broodjesexperimenten" gestaag groeit. Het slechte nieuws is, dat ik nog geen lokatie heb. Om jullie niet allemaal te lang in spanning te laten is hier voor de doe-het-zelvers het recept van het Broodje Midden Oosten (en nee, dat broodje komt niet uit de "Cuisines from the axes of evil".
Per broodje:
Een broodje naar smaak
Houmous (tegenwoordig bijna in iedere super te koop)
Rucola
Rosbief
Peper en zout
Klein straaltje olijfolie
Gegrilde paprika's (zelf gegrild of uit een pot, uit pot is meestal iets zuurder)
Dukkah (mix van kruiden, noten en specerijen, te koop bij turkse/marokkaanse winkels)
En zo ga je te werk:
Hoe moeilijk is het om een broodje te maken? Breng alle ingredienten in bovenstaande volgorde op elkaar aan. Smakelijk!!!
Ook al weet ik nog steeds niet wat ik wil gaan doen met de koksopleiding; onze vrienden weten dat al lang! Het nieuwtje heeft zich als een lopend vuurtje verspreid dus er wordt wat afgekookt in casa Flavourites. "Een huiskamer-restaurant, zou dat wat zijn....???" En ook al gaat natuurlijk lang niet alles goed (gisteren nog helemaal geflipt omdat een perfect gelukte Bearnaisesaus tijdens het warmhouden alsnog schiftte, grrrrr....), soms lukt het ineens om ontzettend indruk te maken. Zonder stress, want deze toet kun je al een paar dagen vantevoren maken. Als het recept dan ook nog kinderlijk eenvoudig is, komt ie op de Flavourites-site. Met foto!
Het recept is overigens van Nigella, dat zal niemand verbazen...
Voor zo'n "dame" heb je nodig:
Een fles prosecco, of andere witte mousserende wijn
250 ml water
300 gram suiker
8 blaadjes gelatine
1/2 tl vanille-aroma (of een zakje vanillesuiker)
3 theelepels Cointreau/Grand Marnier
75 gram granaatappelpitjes
slagroom voor erbij
En zo easy is het:
Vet een vorm van een liter in met geurloze olie. Meng prosecco, water en suiker in een pan tot de suiker is opgelost. Week de gelatineblaadjes voor in een glas water. Zet de pan op het vuur, breng aan de kook en laat 5 minuten doorkoken. Schenk voorzichtig 250 ml van deze vloeistof in een maatbeker en voeg de uitgeknepen blaadjes gelatine toe. Roer goed door en giet dit mengsel weer terug in de pan. Zorg dat je nu de nog vloeibare gelei-in-wording heel goed doorroert zodat de gelatine goed verdeeld is.
Giet de vloeistof in de ingevette vorm en laat afkoelen tot kamertemperatuur. Zet hem dan in de koelkast om minstens een nachtje op te stijven. Om de gelei te lossen, zet je de vorm even in een bak met heet water. Haal de vorm uit het water. DROOG DE BUITENKANT AF (anders ligt je gelei in een plas water). Leg er dan een groot bord op en keer om. Je gelei zou nu op het bord moeten liggen. Zo niet, dan volstaan een paar krachttermen en een tweede poging meestal wel. Kijk niet vreemd op als je gelei er platter uitziet dan in de vorm, dat was te verwachten...
Zet nu het spektakel zo achteloos mogelijk op tafel en serveer er slagroom en likeur bij.
Slagroom is op zich natuurlijk zonde van het plaatje, maar lekker!!!!
Zo eens in de zoveel tijd is hier weer een kind jarig. Naast De Taart (ik heb inmiddels een reputatie hoog te houden), het verjaardagsfeestje voor familie en het verjaardagsfeestje voor vriendjes en vriendinnetjes, word je dan geacht je kind een traktatie in 40-voud mee naar school te geven. Ik heb me daarom laatst maar weer eens de doosjes
rozijntjes gewaagd. Die zijn uiteraard hartstikke afgezaagd en geen kind loopt er nog
warm voor, maar ja, je moet wat. En soms is de inspiratie even op. Kan toch?
Dus snel naar de Hema, een paar zakken rozijntjes halen, een rol knalroze
pakpapier en een rol doorzichtige folie. Kadolint erbij en klaar ben je.
Je bent trouwens wel eventjes zoet met inpakken maar mijn kids
vonden het hartstikke leuk om mee te helpen. Weer een regenachtige middag
stukgeslagen!!!
Anyway, je pakt zo'n doosje eerst in met roze. Rolt er dan de
folie omheen en bindt de uiteinden dan vast met lint, zoals een snoepje/zuurtje
eigenlijk. Ziet er superleuk en feestelijk uit. En zo lijkt het nog wat.
Geweldig ook, die teleurgestelde gezichtjes als uit dat kekke
kadootje toch weer zo'n suf doosje rozijntjes komt, hahaha!
Tegenwoordig kun je (bijna) alles wel kant-en-klaar kopen. Niks mis mee hoor! Niet iedereen heeft immers evenveel zin/tijd/energie/talent in de keuken. Ik soms ook niet en dan is de gang naar de kant-en-klaarsectie van de supermarkt snel gemaakt. Prima... Tot je uit nieuwsgierigheid de ingredientenlijst leest. Bij mij komt het er dan altijd op neer dat de goedbedoelde maaltijd weer terug bij z'n maatjes mag. Dat is eigenlijk begonnen toen hier de twee flavourite kids geboren werden. Voor mezelf maken al die E-nummers, anti-oxidanten, stabilitoren, emulgatoren, conservatoren etc. natuurlijk niets meer uit. Ik denk zelfs wel eens dat ik nauwelijks ziek ben, juist door al die chemicalieen. Ik bedoel.... als het vlees er niet meer van bederft, dan bederf je als vlees-eter ook misschien wat minder!Enfin... kant-en-klaar komt er hier dus niet meer in en sinds ik officieel van plan ben kok te worden, is het ook mijn eer te na. Pizza's maak je veel makkelijker (en lekkerder!) zelf. Zelf geglaceerde worteltjes zijn echt oneindig leuker, kleuriger , knapperiger, smakelijker en mooier dan de slappe aftreksels uit pot of blik. En pastasauzen maken is ook geen kunst natuurlijk.
Alleen... soms overdrijf ik mijn "dat-maak-ik-zelf-net-zo-makkelijk-en-veel-lekkerder"-obsessie een beetje. Zo ook vorige week toen ik besloot zelf worst te maken. Ik speelde al langer met het idee, enigszins aangemoedigd door meneer Wateetons die zelfs een worstblog in de lucht houdt. De eerste stap in de goede richting werd gezet in Amerika toen P. de benodigde accessoires voor de KitchenAid meenam. Een voedselmolen om vlees tot gehakt te verwerken en een worstvul-opzetstuk (een briljante voor galgje!).
Stap 2 lag een paar weken geleden zomaar op de mat. In mijn lijfblad Delicious. stond een artikel over zelf worst maken. Uiteraard -commercieel als ze zijn- direct met workshopaanbod maar dat leek me een beetje onzin, gezien de uitvoerige beschrijvingen van het worstenmaak-proces. En bovendien ben ik een bijna-professional.... Worst ging er gemaakt worden, sure thing!
Vol goede moed naar de “slager voor blije dieren”. Daar staat de slager achterin de zaak slager te zijn en staan er wat niet-slagers achter de toonbank om de gevraagde lapjes vlees in zakjes te stoppen, te prijzen en af te rekenen. Toen ik vroeg om 500 gram kinnebakspek had de blik niet glaziger kunnen zijn. Humor! Die vraag werd direct doorgespeeld naar de vakman achterin. De varkensschouder leverde geen noemenswaardige problemen, maar toen ik om 3 meter varkensdarm vroeg, vond de slager zelf het toch interessant genoeg worden om even te checken wat er aan de hand was. Als je vervolgens uitlegt dat je worst wilt gaan maken krijg je een blik die zich een beetje moeilijk laat omschrijven. Meewarig is niet helemaal het goede woord (maar komt wel in de buurt trouwens). Geamuseerd ook niet. En ergens tussenin is het ook niet precies want hij vond het toch ook wel een beetje stoer. Heb hem in ieder geval een worst beloofd in geval van succes.
Thuis de mouwen flink opgestroopt en aan de slag gegaan. Eerst het vlees in stukken gesneden, de ergste zenen eruit gehaald en op de grofste stand door de molen gehaald.
Toen de kruiden erdoor gemengd en het gehakt op een fijnere stand nogmaals door de molen gedraaid. Dan heb je dus een enorme bult gekruid gehakt en geen idee hoe het smaakt. Een verstandig mens bakt dan wat van het gehakt gaar om eens goed te proeven. Een minder verstandig mens proeft rauw en sterft aan een gruwelijke darmperforatie door lintwormen of proeft niet en komt er pas aan tafel achter dat de worst oneetbaar zout/gekruid/flauw is.
Ik koos voor de verstandige optie en dat bleek geen overbodige luxe. Kennelijk geeft mijn keukenweegschaal de lage gewichten niet al te nauwkeurig aan, dus de kruiderij was nogal.... pittig te noemen. Meer vlees dus! Dit keer naar de Blauwe Winkel voor wat speklapjes en karbonades (ik geneerde me nogal om bij dezelfde slager nog meer vlees te gaan halen, die lol gunde ik ze niet!).
Na het doordraaien van de tweede lading vlees was de gehaktberg redelijk enorm te noemen en ik begon het er warm van te krijgen.
De darm had ik uitgespoeld, geweekt in lauw water en vervolgens als een mega-condoom om het opvulstuk gehesen, dus niets stond nu nog in de weg. En toen begon de ellende.... De kleverige gehaktmassa was nauwelijks te bewegen netjes in de darm te kruipen. Hoe hard ik de massa ook door de molen probeerde te persen, het enige resultaat was een enorme scheetkanonade van alle lucht die je onbedoeld meeduwt. Beetje bij beetje lukte het toch, maar dan sta je meteen voor de volgende “uitdaging”: aan de andere kant komt er nu iets uit en dat moet je op proberen te vangen. Enfin.. inmiddels heb je dus al 3 handen nodig. Als je haar dan los raakt en irritant in je oog gaat hangen kom je zeker handen tekort en al helemaal schone handen. Na een half uurtje hing het gehakt werkelijk overal maar kreeg ik de slag een beetje te pakken, zeker toen ik had besloten de uittredende worst lekker met rust te laten om zich op te rollen op een bakplaat.
Onder het sfeerverhogende gejank van de kat die graag naar binnen wilde (Maar he! Geen zin in worst aan de deurklink) en nog steeds de nodige krachttermen kreeg de worst een steeds regelmatiger vorm en na dik 2 meter was ik eindelijk door de megaberg heen. Worstjes met keukengaren samengebonden en dan lijkt het toch nog heel wat. Zeer ambachtelijk zeg maar.
Om de berg worst te kunnen bewaren moet je ze nog 20 minuten blancheren. Daarna zijn ze steviger om te bakken, al gegaard en kun je ze invriezen.
Wij hebben de eerste lading al achter de kiezen en eerlijk is eerlijk: het was alle ellende meer dan waard!
Dit heb je nodig voor ruim 1 ˝ kilo worstjes:
1 1/2 kg varkensvlees (60% mager zoals varkensschouder,40% vet zoals kinnebakkenspek of vetspek)
30 gr zout
2 eetl venkelzaad, gemalen in een oude koffiemolen of verpulverd in een vijzel (als je geen venkelzaad kunt vinden, koop dan venkelthee en knip de zakjes open)
2 eetlepels vers gemalen peper
1 el. gemalen koriander
1 el. milde paprikapoeder
1˝ theelepel cayennepeper
beetje ijswater
3 meter varkensdarm (wat je overhoudt kun je invriezen)
En zo ga je de worsten te lijf:
Zet ongeveer 2 dl water 10 minuten in de diepvries. Leg je darm te weken in een bakje lauw water.
Maal het vlees eerst grof in een vleesmolen (in een foodprocessor moet je dit niet proberen, dat wordt pulp). Als je een hele grove worst wilt maken kun je het vlees ook superfijn snijden. Lukt dit allebei niet, dan kun je ook aan je slager vragen het vlees voor je te malen, heb je ook de zooi in je keuken niet.
Meng er dan de kruiden door en draai nog een keer door de vleesmolen. Meng er dan met je handen zoveel water door dat de boel een samenhangend geheel vormt.
Belangrijk: nu komt de smaaktest! Maak een klein hamburgertje van het worstvlees en bak dat gaar om te kunnen proeven. Als je tevreden bent, hang je de darm aan een kraan met lauw water en spoel hem goed door. Je spoelt nu al het conserveringszout eruit en je kunt meteen checken of er geen gaatjes in zitten.
Stroop nu de darm om het worstvulstuk en laat er ongeveer 10 cm af hangen. Stop het vlees in de worstvuller en als alles goed gaat, begint de darm zich nu te vullen. Soms moet je hem even een beetje helpen. De kunst is om het een beetje regelmatig te vullen anders krijg je klontworsten. Ziet er natuurlijk enorm zelfgemaakt uit maar bakt niet zo lekker.
Schaam je niet als je eerst even flink moet vloeken, bij mij ging het pas op het laatst een beetje soepel. Als al het vlees in de darm zit, kun je om de 20 cm de worst afknopen met touw (of je knijpt hem in en draait hem vast) om zo kleinere worstjes te vormen.
Zet nu je grootste pan met water op het vuur en laat aan de kook komen. Blancheer daar in 20 minuten de worsten in tot ze gaar zijn. Afhankelijk van de grootte van je pan moet je dat misschien in meerdere etappes doen. Nu zijn je worsten klaar om te bakken of in te vriezen.
Eet smakelijk!
Stoer! Mijn eerste taart "in opdracht". Voor de buurvrouw, dat dan weer wel. Maar toch.... Buurmeisje werd 1 jaar en dan is het toch spannend als je dan DE taart mag maken. Ook weer leuk natuurlijk, want vooral bij kindertaarten mag je helemaal los gaan.
Dit werd hem....
.... en hier kun je lezen hoe je zo'n taart bouwt.
Wat me de laatste tijd meer en meer bezig houdt is de vraag wat te gaan doen met het koken? Mijn hobby begint steeds "echter" te worden en dat mag ook wel nu ik op de "koksschool" zit. Gelukkig blijft het net zo leuk als eerst en soms wordt het zelfs nog leuker. Als je namelijk een beetje begint te snappen wat er gebeurt in je pannen, kun je steeds meer dingen gaan proberen. En proberen.... dat moet ik nog zoveel, ik word er gek van! Zo staat er nog een Texturas-kit te wachten op het eerste experiment, mijn kidde moet weer uit het stof en ik moet hoognodig achter darmen aan om wat worsten te oefenen. Tja, en als zo'n experiment lukt wil je zoiets vaker gaan doen (zoals het maken van holle pasta's met de KitchenAid) of de medebewoners van Casa Flavourites gaan in hongerstaking tot ik die fantastische langzaam-in-de-oven-gegaarde biefstuk weer eens maak. Kortom; eigenlijk zijn die dagelijkse maaltijden niet genoeg om alles uit te proberen wat ik in mijn hoofd heb. Vandaar dat ik het lunchmoment nu ook heb geclaimd. Want met broodjes kun je natuurlijk ook lekker los gaan. Dit is inmiddels een van de favorieten. Na dit broodje wist Meneer Flavourites het zeker: "Je moet iets met die fantastische broodjes gaan doen!". Laat ik maar beginnen met het recept hier neer te zetten. Het broodje heet 1001-nacht broodje omdat er zo lekker veel oosterse smaakjes in zitten. Varieer zelf naar hartelust met al die heerlijke kruidenmengsels, het kan eigenlijk niet mislukken!
Voor dit broodje maakte ik ook het brood zelf, een Iers Sodabrood naar recept van Marcus Wareing. Veel werk? Absoluut niet, een sodabrood "rijst" door de natriumbicarbonaat en niet door gist, je bent er in drie kwartier helemaal mee klaar. Echt een kort-door-de-bocht broodje dus!
1 theelepel zoutvlokken (Maldon is nu bij AH te koop!)
225 ml karnemelk
4 eetlepels honing
Oven voorverwarmen op 180 graden. Bakplaat bekleden met bakpapier en flink bestrooien met meel. Droge ingredienten mengen in een grote kom. Karnemelk en honing mengen in een maatbeker en aan de droge ingredienten toevoegen. Met een vork mengen tot je een (erg) zacht en plakkerig deeg hebt. Meng niet te lang, dan vormen zich teveel gluten in het deeg en krijg je een taai broodje. Bestuif je handen met bloem en maak een bol van het deeg. Leg op de bakplaat, bestuif met meel en kerf de bovenkant met een scherp mes in. Bak ongeveer 30 minuten. Het broodje moet een lekkere kleur hebben en als je op de onderkant klopt moet het hol klinken. Afkoelen op een rooster. Dit brood is heerlijk bij een kop soep. Smeer er dan rijkelijk gezouten boter op...
Maar je kunt er dus ook van alles op stapelen:
Voor 2 flinke boterhammen:
100 gram gaar kipvlees (bijvoorbeeld restanten van een gegrilde kip)
1/2 kopje quinoa (natuurwinkel) gaar gekookt
1 el mayonaise (kun je ook heel makkelijk zelf maken voor de echte die hard!)
1 el griekse yoghurt
1/2 el Ras-el-Hanout (marokkaanse winkels)
1/2 el milde kerriepoeder
1/2 tl garam masala
snuf(je) cayennepeper
zout en peper
1/2 gesnipperd sjalotje
slablaadjes, rucolablaadjes of plakjes komkommer
En zo makkelijk is het:
Kipvlees fijn hakken, sjalotje fijn snipperen. Overige ingredienten (behalve de sla) toevoegen en goed mengen. Proeven en eventueel nog wat zout en peper toevoegen.
Besmeer je broodje met een heel klein beetje boter, doe er de sla op en leg daar een flinke hoeveelheid kipmengsel op.
Terwijl wij het moeten stellen met inferieure kookprogramma's als Topchef, wie is de chef, smaken verschillen en Life & Cooking (ok, er zijn ook wat uitzonderingen, maar toch..), hebben ze het op buitenlandse zenders beter voor elkaar. Zo heb ik afgelopen jaar werkelijke gesmuld van Masterchef Professional, waar chefs het tegen elkaar opnamen. Werkelijk op het puntje van mijn stoel! De Hairy Bikers op de BBC zijn ook zo'n aanwinst. En afgelopen kerst werd ik erg vrolijk van Delia's Christmas. OK, misschien minder hip en trendy maar met kerst hoeft dat van mij ook niet zo nodig, dan wil je gewoon een degelijk, lekker stuk vlees!
Op het Canvas van onze zuiderburen zenden ze sinds enige tijd ook een heel inspirerend programma uit. In "In de Keuken" zie je ieder week een topchef die twee recepturen kookt. Erg interessant natuurlijk maar wat nog leuker is, is dat het recept ook door een hobbykok (zo iemand als jij en ik dus) wordt nagekookt. Dat maakt zo'n recept meteen een stuk toegankelijker waardoor je zelf ook meteen achter de pitten wilt kruipen.
En dan blijkt dat je met goede recepten en aanwijzingen met weinig inspanning, gereedschap en tierelantijntjes toch een gerecht op tafel kunt zetten met een WAUW-effect.
In Casa Flavourites stond vorige week de kabeljauw met kruidenkorst en preistoemp van Guy van Cauteren (restaurant 't Laurierblad) op tafel. En dat maakte indruk..... veel indruk.....
Boen je aardappelen schoon, prik ze in en leg ze op een laagje grof zeezout in de oven (180 graden, 1 1/2 uur beetje afhankelijk van de grootte van je aardappel).
Kruid de kabeljauw met peper en zout.
Besmeer hem met mosterd. Maal het broodkruim en de peterselie in de
cutter. Hoe langer je maalt, hoe feller groen het kruim! Bestrooi de vis ruim met het peterseliekruim.
Snijd de prei (ook het groene gedeelte) in niet te kleine stukken,
spoel ze af en laat uitlekken. Gaar de prei met wat water, een klontje
boter, een beetje zout en nootmuskaat in een lage pan met deksel op een matig vuur. Ga uit van ongeveer 10 minuutjes. Draai dan het vuur hoog en laat doorkoken tot het vocht is uitgekookt. Pas op dat de prei niet kleurt!
Snijd de gegaarde aardappelen doormidden
en lepel er de pulp uit. Meng de aardappelen door de prei, breng op
smaak en prak dit met een vork.
Stoof de gesnipperde sjalotten in een klontje boter tot ze glazig worden maar niet bruinen. Blus
met het bier, laat inkoken tot Ľ en voeg 150g boter toe. Laat even
doorkoken, breng op smaak met peper en zout.
Zet de pan met de kabeljauw even op een matig vuur tot de vis voor de onderste helft gaar is (dit zie je goed aan de zijkant).
Leg een klontje boter
op de vis en gaar verder onder de voorverwarmde grill. De
oventemperatuur en de duur hangen af van de dikte van de vis, en hoe
dicht die bij de grill staat. Een goede indicatie is 10 ŕ 12 minuten op
180 graden. Let in ieder geval op dat het peterseliekruim niet bruin wordt.
Gisteren kwam het beste vriendinnetje eten. Donderdagmiddag en dus helemaal hyper na een dagje school. En omdat het het beste vriendinnetje is (de vriendschap duurt al zo'n 3 jaar en we hebben het hier over een 5-jarige) besloot ik er een echt feestje van te maken. Gelukkig wordt hier door vriendjes en vriendinnetjes meestal lekker meegegeten maar zeg nu zelf; met een BESTE vriendinnetje neem je natuurlijk geen enkel risico.
Little miss flavourites had voor haar laatste verjaardag een heel leuk boekje gekregen over Heksensoep en Griezeltaart.
Dit boekje wordt hier in huis - liefst met heksenpuntmuts MET bijpassende groene haren - echt verslonden. Al weken wordt er gefantaseerd over trollendrollen, afgehakte vingertjestoetje, weerwolfschotel en bloederige drankjes. MOOI! Trollendrollen kun je krijgen. Uiteraard zijn dit gewoon zeer verantwoorde gehaktballetjes, haha. En toen ik eenmaal dat pad bewandelde schoot me een recept te binnen van hartsvriendin Nigella. Zij maakt rond Haloween meestal bloederige ingewanden voor de kids. Het idee is geniaal: Pof een paar grote aardappelen (kruimig/afkokend/bloemig) tot ze gaar zijn. Dit doe je in de magnetron of leg ze ruim een uur in een oven van 200 graden. Prik in ieder geval de aardappel eerst in! Reken voor kleine kinderen een halve aardappel pp. Bij enorme eetlust of een volwassene reken je op een hele aardappel. Snij de afgekoelde aardappelen doormidden en hol ze uit. Meng het aardappelkruim met in stukken gehakte mozzarella en ketchup en vul daar de aardappelen mee. Half uurtje in een oven van 180 graden en smullen maar. Omdat we nu midden in de winter zitten, vaak te lui zijn om veel buiten te spelen, groenten hier vaak "ieuw" zijn en ik nogal paranoide ben over vitaminetekorten, heb ik het recept een klein beetje aangepast door in plaats van ketchup gekookte broccoli door het mengsel te roeren.
Dan zijn het geen bloederige ingewanden maar drakensnottebellen.
Hoe je het ook noemt, het ging erin als trolledrollen met drakensnottebellen en heksenbloed (de ketchup dus).
Voor de nieuwsgierigen hier het recept van de trollendrollen. Ik heb het wat aangepast want de verhoudingen uit het boek leverden hier een soort trollendiarree op - excusez le mot.
Voor ongeveer 70 drollen (en die gaan echt allemaal op met 2 groten en 3 kleintjes!) heb je nodig:
Pond half om half gehakt
1 ei
5 eetlepels slagroom
1 gesnipperde ui
puree van 1 aardappel (handig! als je drakensnottebellen maakt, pof je een aardappel extra)
handvol gehakte peterselie
peper en zout
beetje olijfolie
beschuiten
En zo makkelijk is het:
Fruit het uitje in een klein beetje olijfolie en laat afkoelen. Laat ook de aardappelpuree afkoelen. Meng dan alle ingredienten goed met de hand. Volgens het officiele recept is een beschuit genoeg om de boel stevig genoeg te maken. Hier lukte dat niet, ik heb er uiteindelijk 2 beschuiten en nog wat panko (japans paneermeel) aan toegevoegd om uberhaupt ballen te kunnen draaien.
En dan dus draaien. Als jouw kinderen minder hysterisch zijn is het natuurlijk leuk om ze actief bij het maken van de trollendrollen te betrekken. Is ook heel educatief en verantwoord. Ik was gisteren echter allang blij dat ze even de rust hadden om wat te plakken/knippen/kleuren dus wilde ze even niet storen.
Volgens het boek draai je ongeveer 30 ballen die iets groter dan een knikker zijn. Hier werden het er ruim 70. Volgens het boek ga je de ballen heel voorzichtig in de koekenpan bakken, hier vond ik het verstandiger de hele boel op een grote bakplaat te leggen en in de oven te schuiven.
Handig! Die stond toch al aan voor de snottebellen.
Vorige week op de kokschool alles, maar dan ook alles over aardappelen geleerd. Wist u bijvoorbeeld dat de aardappel een stapelvoedingsmiddel is? Niet erg hoor, ik had ook geen idee. Een beetje meer respect voor dit superfood blijkt op zijn plaats. Er zit zoveel goeds in dat je op aardappelen alleen redelijk lang zou kunnen overleven zonder al te ernstige tekorten. En omdat aardappelen nogal vaak gegeten worden en je er gelukkig enorm veel verschillende dingen van kunt maken, werd er een hele lesdag aan deze knollen gewijd. Nuttig? Ja! Leerzaam? Ja! Leuk? Nou, nee! Allereerst sta je natuurlijk dik 3 kilo te jassen om ze vervolgens in alle denkbare vormen te toveren. Sommigen handig om te weten. De pommes frites komt hier uiteraard nog wel eens van pas en als je echt stoer wilt doen maak je er pommes Pont Neuf van. Die laatsten zijn ook gewoon patatten maar dan 1,5 cm dik, lekker lang voorgaren dus (dat overigens – in olie op 140 graden - ineens arreteren heet, ’t is maar dat u het weet).Pommes carrees kan ik ook nog inkomen, blokjes van 1x1x1 cm en dan lekker bakken (dat overigens sauteren heet). Pommes parisiennes maken wordt hier wellicht de nieuwe regenachtige-middag-hobby. Heerlijk bolletjes uit supergrote aardappelen (bonken, weer zo’n vakterm!) draaien. Even gaar koken (bouillir) en serveren met geklaarde boter en peterselie.Tot zover geen probleem, kan ik allemaal nog inkomen, wie weet staat het in Casa Flavourites binnenkort op het menu. Maar dan pommes chateau. Ooit van gehoord? Meteen weer vergeten. Het gaat hier om aardappelen die je met een engelengeduld in banaanvorm snijdt (dat heet overigens in een officiele keuken tourneren, onthoud die term voor galgje), en vervolgens never-nooit egaal kunt bakken/sauteren door de onmogelijke vorm. Wie dat ooit verzonnen heeft, moet er een duivels genoegen in gehad hebben om de leerling-koks bezig te houden.....
Gelukkig hadden we het met deze vormpjes qua snijden wel gehad. Veel afval natuurlijk maar ook dan blijkt de aardappel nog van groot nut. Van dat “afval” draai je een mooie puree. En als je het echt goed wilt doen maak je er Duchessepuree van. Dan gaan er per kilo droge puree 3 eidooiers en 40 gram boter doorheen (en peper en zout natuurlijk, smaak is ook handig). Voor de echte aardappelmaagden: puree nooit, maar dan ook nooit met een mixer bewerken. Stampen mag maar niet al te lang. Mixen en/of lang stampen leidt tot behangplaksel. Nu weet je ook meteen waarom behangerslijm van aardappelzetmeel wordt gemaakt.
Nee, de lekkerste, luchtigste, in-de-mond-smeltendste puree maak je met een pureeknijper. Denk hierbij aan knoflookpers maat enorm.
De puree Duchesse kun je dan natuurlijk ook weer verwerken tot kroketjes (spuiten, paneren en frituren). Of pommes Berny (balletjes maken, paneren met amandelschaafsel en frituren, echt een topper trouwens!). En tot slot kun je de puree in rozetten op een bakblik spuiten en gratineren in de oven op 175 graden.
Duizelt het allemaal? Ik geloof het graag. Met recht aardappel anders (en er komt geen zakje/potje aan te pas).
Voor echt geinteresseerden heb ik van alle gerechtjes en vormen een foto gegoogled:
Pommes frites
Pommes Pont Neuf
Pommes carrees
Pommes Parisiennes boren
Pommes Chateau
Pommes Gaufrettes
Pommes Duchesse
Pommes Berny
Pommes croquettes
En meteen maar het eerste kerstsfeerverhogende recept. Mooi om te zien (rood uiteraard), lekker en fantastisch om weg te geven. O ja, en waanzinnig makkelijk om te maken. Het recept heeft maar een klein nadeel en dat is dat je huis een tijdje naar azijn ruikt. Er zijn zeg maar heel wat sinaasappelen met kruidnagel voor nodig om je huis geurtechnisch weer in de gewenste kerstsfeer te krijgen.
Enfin, dit plaatje zegt natuurlijk genoeg.
Ik ga niet opscheppen over de foto, die komt rechtstreeks van de site van Nigella - de kerstdiva herself. Maar om eerlijk te zijn, zijn die van mij minstens zo mooi, alleen... die donkere dagen he? Het lukt me gewoon niet meer om zonder kunstlicht een beetje leuke foto te maken, vandaar.
Voor 1 liter jam heb je nodig:
100 gram rode chilipepers, in repen gesneden en de zaadjes eruit geschraapt
100 gram rode paprika, in stukken zonder zaadjes
650 gram geleisuiker
400 ml witte wijnazijn (die geur...)
That's it
En zo makkelijk is het:
Doe de stukken chilipeper in een foodprocessor en chop ze met een druk op de pulseknop. Pas op, draai niet te lang door, het moet geen pasta worden! Zal evengoed heerlijk worden hoor, maar het mooie effect van de felle, vuurrode spikkels in de gelei moet je dan missen. Voeg dan de paprika toe en chop weer even. Als het goed is zitten de knalrode stukjes nu lekker tegen de rand geplakt.
Doe nu azijn en geleisuiker in een wijde lage pan en zet hem op laag vuur tot alle suiker is opgelost. Doe er dan de chili en paprika bij en breng aan de kook. Laat 10 minuten doorkoken en haal van het vuur. Laat de gelei rustig afkoelen. Als de rode spikkels niet meer aan de oppervlakte blijven drijven maar door de gelei zweven, kun je de boel in gesteriliseerde potten scheppen. Ik maak van dat steriliseren trouwens nooit zo'n punt. Je doet ze gewoon in de vaatwasser op de hoogste temperatuur. Daarna natuurlijk niet je vingers erin stoppen! Heb je geen vaatwasser, dan kun je ook heel makkelijk steriliseren in een oven. Zet de oven op 150 graden en zet je potten daar een half uurtje in.
Deze chili jam is heerlijk met koud vlees of op een stukje kaas (manchego of lichtbelegen pecorino zijn top!). De jam is twee maanden houdbaar, dus je hebt twee opties:
Het is er weer tijd voor. Sint zit weer veilig in Spanje dus de Kerstman staat te popelen... Althans; ikzelf sta te popelen. De Kerstman, daar doen we hier namelijk niet aan. Je zou je kids nog een speelgoedverslaving aandoen. By the way... waar laat je al dat speelgoed?
Waar we wel aan doen is zoveel mogelijk licht en sfeer brengen in de donkerste tijd van het jaar. En nee... deze tekst is niet geschreven door Andries Knevel, haha! In de praktijk betekent het vooral dat dochterlief zich suf knutselt op school en de BSO om het record bloemstukjes/kerstballen/klokjes/kransen/kerstmannen maken te verbreken (by the way... waar laat je al die lieve knutsels?). Zoonlief is vooral heel erg druk met het spelen met al dat nieuwe speelgoed, waaronder een jinglebells-spelende-naar-voren-en-naar-achteren-rijdende trein met lichtjes bovendien. Het ding draait inmiddels trouw zijn rondjes rond de kerstboom ter verhoging van de kerstsfeer. Manlief is zwaar aan het klussen om na ruim 2 jaar - vlak voor de feestdagen - onze eeuwigdurende verbouwing af te ronden. Tenminste... tot het volgende project dan.
En ik? Ik heb de leukste taak. Gisteren met de kookboeken op schoot allemaal lekkers bedacht voor het kerstfeest dit jaar. Lekker shoppen bij de Hanos en Sligro en nu ben ik er dus klaar voor. Klaar om als Queen of Christmas het jaar af te sluiten. Dan vlei ik me als ware kerstdiva met een rendiergeweitje op mijn hoofd op de bank voor een schitterende kerstfoto. Haha! Nee laat maar, dat doet Nigella beter dan ik...
Anyway, vanaf vandaag iedere dag een kerstfeerverhogend recept op Flavourites.
We maken even pas op de plaats in Casa Flavourites. Zo precies tussen 2 griepprikken in, neem je uiteraard geen enkel risico met je kids. Onder de broeken een dikke maillot, dubbele dassen, oorwarmers en wanten voordat we naar buiten gaan. Slapen met een halve ui onder de bedjes. Zetpillen paracetamol stand-by. Verdachte snotneuzen niet meer uitnodigen in huis. De stang van het boodchappenwagentje eerst ontsmetten voor het boodschappen doen. Niezen in de holte van je elleboog. En uiteraard probeer je er qua vitamientjes nu zoveel mogelijk in te krijgen. Eerst probeerden we dat nog door het sap van 3 citroenen door de pap te mengen maar dat werd geen succes. Zelfs niet met een pond suiker erdoor. Het makkelijkst bleek het om veelvuldig terug te vallen op papapasta (gehakt/tomatensaus met veel groenten) en mamapasta (broccolisaus met pesto en parmezaan). Garantie voor lege bordjes en dus veel vitamientjes op het scorebord.
De tactiek heeft alleen 1 groot nadeel en dat is dat de papapasta bij mama de neusgaten uitkomt en de mamapasta bij papa.....
Anyway; het was dus tijd voor een nieuw vitamine-paard van Troje. Ander smaakje, ander geurtje en vooral een ander kleurtje. Het werd pasta met een saus van geroosterde rode paprika's. En dat wordt niet rood. Dat wordt oranje, knaloranje! Helaas geen foto maar denk Staatsloterij, koningshuis, pompoen, dan heb je een aardig beeld.
Voor 2 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
3 rode paprika's
sjalotje
1 teentje knoflook
2 dl slagroom
tl tijm
En zo makkelijk is het:
leg de paprika's onder een hete gril tot de bovenkant zwart blakert. Draai ze steeds een stukje verder tot uiteindelijk de hele schil zwarte plekken heeft. Pak de paprika's in in aluminiumfolie of een plastic zak en laat ze enigszins afkoelen. Als de paprika's hanteerbaar zijn kun je de schil er makkelijk aftrekken. Haal ook steel en pitjes eruit.
Fruit ondertussen de gesnipperde sjalot en knoflook op een laag vuurtje (niet laten kleuren). Doe paprikavlees, sjalot en knoflook in een beker en zet de staafmixer erop. Doe de paprikapuree in een pannetje en voeg de slagroom toe. Breng op smaak met zout, peper en tijm. Verwarm en houd warm tot je pasta gaar is. Pasta afgieten en pasta met saus mengen.
Voor groten en avontuurlijke kids is dit 'basis-pakket" uit te breiden met geraspte parmezaan, gedroogde chilipeper, geroosterde pijnboompitjes en rucola.
Soms kom je iets tegen waarvan je denkt "Briljant! Waarom heb ik niet.....?".
In de afgelopen maand heb ik me weer sufgeshopt om Amazon. Dit keer met als ijzersterk excuus de voorbereidingen voor de komende Kerstdagen (hmmmm.... zwak excuus, ik weet het). Bij Amazon is het altijd fijn als je een paar pagina's in kunt zien. Bij sommige titels is dat dan weer totaal overbodig, die hebben een titel waarvan ik denk "Briljant! Waarom heb ik niet....?" Klik! In het boodschappenwagentje. En nu dus op schoot.
Deze is echt geweldig. De beste Howto die ik ooit heb gezien.
How to Feed Your Whole Family a Healthy Balanced Diet
With Very Little Money and Hardly Any Time, Even If You Have a Tiny
Kitchen, Only Three Saucepans (one with an Ill-fitting Lid) and No
Fancy Gadgets - Unless You Count the Garlic Crusher...
Of wat dacht je van deze?
Cuisines of the axis of evil and other irritating states: a dinner party approach to international relations.
...niet dat ik overigens verwacht dat onze Kerstrecepten dit jaar uit deze boeken komen maar fun is het wel!
Tot nu toe viel het eigenlijk nog reuze mee, maar vandaag was het een echte. Een geen-idee-wat-ik-nu-weer-moet-want-geen-haar-op-mijn-hoofd-die-ookmaar-overweegt-om-
Je weet bovendien dat dit waarschijnlijk, Nederland kennende, de eerste van een lange reeks is. Als het een beetje tegenzit zelfs tot aan april. Dus wil je iets leuks doen waar je het liefst ook morgen en overmorgen en over-overmorgen nog lol van hebt.
Vandaag dus klei gemaakt, met een beetje mazzel afgesloten in de koelkast een lekker tijdje houdbaar. Echt ideaal. Zelfgemaakte klei is uiteraard leuker (net zoals zelfgemaakte soep lekkerder is) en je hoeft niet spastisch te doen als de kleurtjes door elkaar komen. Veel werk? Nee joh, dat laat je uiteraard ook je kinderen doen!
Voor een flinke bal klei heb je nodig:
400 gram bloem
4 dl water
200 gr zout
60 cl olie
voedingskleurstoffen
latexhandschoenen (bij de Etos bijvoorbeeld)
Doe alle ingredienten (behalve de kleurstoffen) in een pan en zet op een laag vuurtje. Roer goed en blijf verwarmen en roeren tot het mengsel loslaat van de zijkanten en een bal vormt. De klei mag niet meer kleverig zijn, dan moet je nog even doorwarmen.
Als de klei goed is haal je hem uit de pan en laat je hem enigszins afkoelen. Kneed de afgekoelde klei goed door tot het op echte playdough lijkt. Verdeel in zoveel porties als je kleurtjes wilt maken. Trek nu je handschoenen aan, of beslis dat je het niet vervelend vind om nog een paar dagen met gekleurde handen door het leven te gaan. Maak een bol van de klei die je wilt kleuren en maak daar met je vinger een kuiltje in. Doe daar wat kleurstof in (in pastavorm vind ik zelf het makkelijkst werken) en stop het kuiltje dicht. Kneed nu voorzichtig de kleurstof door het deeg en ga door tot de bal egaal van kleur is. Doe dit met de andere ballen ook. Als de kleur enigszins door de klei gewerkt is, kunnen de kids het van je overnemen.
De laatste stap is het makkelijkst: kleien! Als supermama mag je vast zelf ook wel even meedoen!
Wat krijg je als je 20 foodbloggers uitnodigt om samen een potje te koken. Dan gaat het 4 uur lang alleen maar over koken, eten, drinken, koken, eten en drinken.
Over het verschil tussen schuim en mousse (en soep, haha!). Over de koksopleiding, over vergeten groenten, over het beperkte assortiment in de Nederlandse supermarkten (blinken we voedingstechnisch toch nog ergens in uit), over balsamico, over geurdozen, over waanzinnige combinaties (euh... mango, munt, chocolade en truffel??? Brie en melkchocolade, nog zo’n bizarre). Over kookdromen, over technieken (1 of 2 patronen in zo’n kidde?), over hoe het zover gekomen is, over italie, over de Hanos, over..., over..., over...
Enfin, als je al die informatie had kunnen bundelen waren alle kookboeken overbodig geweest. De aanleiding van dit kookfeestje? KitchenAid bestaat dit jaar 90 jaar en vond het leuk om dit met de verenigde foodbloggers der Nederlanden te vieren. En uiteraard schrijven we daar dan allemaal een stukje over. Ik in ieder geval wel. Maar ja, ik ben dan ook al een tijdje fan. Oplettende lezertjes zijn hier al heel wat attributen tegengekomen, waarvan het opzetstuk voor holle pasta momenteel de favoriet is. Op de voet gevolgd door de voedselmolen maar daar heb ik nog niet over geschreven bij gebrek aan fatsoenlijke gehaktproductie. Tot nu toe was het nogal droog....
Onze KitchenAid heeft hier inmiddels zelfs zijn eigen koosnaampje. KitchenAid is natuurlijk een hele mond vol. Dus Kitchen wordt K’n, dan krijg je vanzelf.....K’nAid! Of op z’n Hollands de Kneed. En laat dat nou net zijn wat ie het beste doet...
Hier wat sfeerbeelden en willekeurige plaatjes van al het lekkers dat we gisteren maakten tijdens de workshop.
In olijfolie gestoomde sliptong met zoetzure prei, oester en saus van citroengras
Tosti van geitenkaas, groene asperges en hazelnoot
Getikt eitje met bieslookroom, crouton met versgedraaide filet americain
Rosbief van kalfsvlees met tonijnmayonaise
Voor de echte newbies in de kokkelarij hier een plaatje van zo'n Kneed:
En tot slot aan alle K’nAiders, Tilly en Patrick: Top! Chapeau en nogmaals hartstikke bedankt.
Ik kan er maar niet aan wennen. Van zo'n grapje als wintertijd raak je natuurlijk al redelijk ontregeld. Gisteren werd ik om een uur of 4 zelfs begroet met "goedenavond" dus ik ben niet de enige, haha! Maar voor je blog is het natuurlijk dodelijk! Probeer maar eens een smakelijke foto te maken in het donker, terwijl je op je fotocursus net hebt geleerd dat kunstlicht (en flitslicht helemaal!) dodelijk is voor je foodfoto! Dan kun je twee dingen doen: Je eet al om een uur of 4 (en dan nog moet je mazzel hebben dat er licht genoeg is) of je gaat op zoek naar een daglichtlamp. Dat om 4 uur eten wordt hier vast geen succes dus ben naarstig op zoek naar een lamp. Tot die tijd moeten jullie me maar geloven dat we hier genieten van die lauwwarme salade van geroosterde biet, pompoen, pastinaak, knolselderij en wortel met feta. Of deze: pasta met tuinerwtjespesto. O ja, de eerste zelfgemaakte worsten in Casa Flavourites waren ook schitterend.
Wie helpt mij aan een tip qua belichting, dan kan ik er ook de plaatjes weer bij laten zien.
Gisteren naar de film Julie & Julia geweest. Kan me voorstellen dat deze film door de meeste mensen in de categorie "feel-good-niemendalletje" wordt geplaatst. Tot mijn eigen grote verbazing hoor ik niet bij deze meerderheid. Ik heb de film gezien alsof ik naar een vorig leven van mezelf zat te kijken. Puntje van mijn stoel. Tong uit de mond. Ogen als schoteltjes. Ik zat nog net niet te kwijlen...
Het is dat ik niet in re-incarnatie geloof maar anders wist ik het nu zeker. Ik ben vroeger Julia Child geweest. Voor diegenen die haar niet kennen; hier een korte kennismaking. De vrouw die alle amerikaanse dames (zonder personeel!!!) aan het koken kreeg.
Niet om onbescheiden te zijn, of arrogant, of overdreven ofzo (enfin... ik snap dus heel goed dat je zoiets nu eenmaal niet over jezelf zegt) maar ik begrijp haar gewoon zo goed. Je klooit eens wat aan in je leven. Je studeert eens wat, er komt een baan, daar komt een vriend bij, en dan een huis, een kat, een kind, nog een kind. Ondertussen probeer je de heleboel maar wat aan elkaar te knopen tot een bevredigend geheel. Maar toch begint het te knagen. Je overdenkt alles nog eens goed. Blij met huis? Met vent? Met kids? Met baan? Tja... alles lijkt te kloppen. Prima in orde zelfs, maar toch. En dan begin je steeds meer te koken. Dat is nu eenmaal wat je het liefste doet als je dat onbestendige gevoel hebt. Je houdt namelijk verschrikkelijk veel van eten. Geobsedeerd zou een betere term zijn, haha! Gekookt moet er toch worden en daarom lijkt het de leukste, nuttigste en dus meest praktische hobby om te proberen. En ineens klopt alles! De puzzelstukjes vallen op hun plek, dit is wat je bent, wie je bent. En dat is nu net waarom ik verwacht dat de meerderheid de film een niemendalletje zal vinden. Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het gevoel herkennen dat koken hun leven heeft gered zoals Julia en Julie allebei schrijven. Als ik het zo neerzet klinkt het ook belachelijk. En dat is het natuurlijk ook wel een beetje. Leven gered is een groot woord maar ik snap wel wat ze bedoelen, je wordt er gewoon echt gelukkiger van als je je kookshow opvoert.
Ik heb inmiddels de knoop doorgehakt en ben begonnen met de koksopleiding. "Gewoon" ROC en niet (zoals Julia) Le Cordon Bleu in Parijs. Maar, wow! wat is het leuk. Voorlopig zijn we nog bezig met wat vingeroefeningen en hebben vooral salades gemaakt. Dat was ook alweer zo'n eye-opener; salades zijn FUN! Kijk maar eens naar dit plaatje:
Het is een Jamie Oliver-salade van rauwe knolselderijlinten. Ziet er super uit en het fijnste... zo smaakt hij ook. Perfect voor dit soort dagen. De knolselderij lonkt maar je wilt nog niet aan de erwtensoep zeg maar.
Voor 2 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
geschilde knolselderij
bosje platte peterselie
1 ansjovis, zeer fijngehakt
2 volle eetlepels kappertjes, fijngehakt
2 volle eetlepels zoetzure augurkjes, fijngehakt
5 el creme fraiche
1 volle el dijonmosterd
3 el goede olijfolie
2 el sherry/rode wijn/witte wijn-azijn
Maldonzout en versgemalen zwarte peper
En zo easy is het:
Begin de (al) geschilde knolselderij opnieuw te schillen. Het makkelijkst gaat dat met een dunschiller. In vaktermen ook wel de "econoom" genoemd. Wees gewaarschuwd. Na een tijdje vechten met de knolselderij beginnen je onderarmen te trillen maar geef niet op, het eindresultaat is de moeite waard. Vang de linten op. Soms breken ze maar ach... anders is het ook geen eten, zo'n lint van 3 meter lang! Ga door tot het zachte binnenste, dat kun je weggooien want daar zit niet zoveel smaak meer aan.
Maak de peterselie schoon en hak de blaadjes grof. Doe de peterselie bij de knolselderij en voeg dan alle andere ingredienten toe. Breng op smaak met zout en peper en dien onmiddelijk op.
Wat te eten als de blaadjes vallen? Het meest logisch is om de lagere temperaturen buiten te compenseren met lekker warm voedsel binnen. Stoof- en stamppotten doen dan eigenlijk altijd goed, maar soms wil je gewoon even iets anders. Eigenlijk ben ik ook nog helemaal niet toe aan de herfst en bijbehorende potten. Ik heb zelfs een beetje de hoop dat als ik de herfst maar lang genoeg blijf negeren, hij vanzelf wel overwaait. Dat zou toch fijn zijn? Geen hagelbuien uitgerekend als je de boodschappen staat uit te laden, geen wekenlange snottersessies, geen continue blaadjesbagger in je deurmat getrapt, geen treurige bladloze bomen, geen 24/7 loodgrijze weken, geen kapotgerukte paraplu's, geen muffe-natte-jassen luchten. Enfin... het moge duidelijk zijn hoe ik over de herfst denk.
Wat mij betreft heeft die hele herfst maar 1 pluspunt en dat is de pompoen. Vandaar dat het tussen deze prachtige salade van Jamie Oliver en mij liefde op het eerste gezicht was. Mooie herfstkleuren, beetje warm ook maar het is en blijft een salade. Officieel geen herfsteten dus!
Voor 2 groten (de kleintjes hoef ik dit niet eens voor te schotelen) heb je nodig:
1 butternut-, fles- of muskaatpompoen
150 gram parmaham in dunne plakjes
2 tl gemalen venkelzaadjes
klein gedroogd chilipepertje (hoeveelheid afhankelijk van je behoefte aan warmte)
paar flinke handenvol rucola
geschaafde pecorino
olijfolie
goede balsamico
Verwarm de oven voor op 180 graden. Klief de pompoen doormidden, snijd boven- en onderkant eraf en schil beide helften. Haal nu met een lepel de pitten en draden uit het binnenste. Snijd de pompoen in flinke stukken (zo'n centimeter of 4) en leg ze in een braadslee. Besprenkel de pompoen met olijfolie, een snuf zout, een snuf gemalen peper, het verkruimelde gedroogde pepertje en de gemalen venkelzaadjes. Hussel alles goed door elkaar en zet in de oven tot de pompoen een mooi goudbruin kleurtje heeft, bij mij duurt dat ongeveer 3 kwartier. Je moet de pompoen nu absoluut even proeven, hij is nu lekker zoet geworden.
Leg de plakjes parmaham in een dunne laag op een mooi bord. Maak de rucola aan met een beetje olijfolie en balsamico en leg de helft van de salade op de parmaham. Leg daar de helft van de nog warme pompoen op, met wat pecorino. Vervolgens de rest van de rucola, de rest van de pompoen en flink wat pecorino. Druppel er tot slot nog wat goede olijfolie en wat balsamico overheen.
OK, het is vaker gezegd; het is hier te stil. Gelukkig betekent dat niet dat er niets gebeurt in Casa Flavourites. Sterker nog; achter de schermen is een ware "culinaire revolte" in gang gezet. Een heuse culinaire upgrade. Culinaire verlichting. Een nieuwe kookbeweging in de samenleving..... Anyway; sinds vorige week ben ik dus begonnen aan de officiele koksopleiding. Wat ik in de toekomst schrijf wordt dus steeds meer waar, haha! En wellicht (nog!) lekkerder. Maar in ieder geval mooier. Want op een van de laatste mooie zondagmiddagen van dit jaar ben ik door Simone van Junglefrog Images ingewijd in de tips en trucs van de voedselfotografie. Verwacht er nog geen wonderen van maar het begin is gemaakt. Kijk maar:
Cupcakes-foto oude stijl:
Zien er best lekker uit he? Maar nu dus een foto nieuwe stijl:
Of deze....
Grappig he? Zelfde cakeje maar in die onderste wil ik pas echt graag mijn tanden zetten! Moeilijk? Ach.... beetje reflectie, beetje achtergrond, beetje diafragma, beetje plussen of minnen, beetje scherpte-diepte... Ja dus! En dat allemaal op een tijdstip dat het eten (veel te laat) staat af te koelen/aan te branden/tot snot gekookt te worden/vellen staat te trekken* en er 2 kleine kinderen en 1 groot kind met het bestek op tafel staan te rammen van "honger! honger! wij willen eten!" en nog meer van dat soort dramatische uitspraken.
Nee, het leven van een foodblogger gaat niet over rozen...
* doorhalen wat op dat moment niet van toepassing is
De nieuwe Jamie is uit. Over Amerika dit keer en dat is leuker dan je in eerste instantie verwacht. Helaas nog niet in Nederland in de boekwinkels maar gelukkig heb je ook nog zoiets als Amazon. Briljante uitvinding voor kookgekken, want via Amazon vind je enorm veel kookboeken die hier (nog) niet uitgebracht zijn. Verder krijg je ook nog eens lekker hoge kortingen (die kunnen oplopen tot 70%) en het pond staat nog lekker laag. Je begrijpt dat hier met enige regelmaat een doos vol Engelse verrassingen afgeleverd wordt. Dat de boeken in het Engels zijn is meestal geen probleem. Tot gisteren....
Want hoe vertaal je in vredesnaam een Beer Butt Chicken? Tot nu toe kom ik niet veel verder dan Bierkontkip. Maar je zou er ook een dronken kip van kunnen maken. Of - iets netter dan bierkontkip - de bierbipskip. Of bezopen kip.
Toen het dier bij ons op tafel kwam hebben we er uiteraard lustig op los gefantaseerd. Bierkontkip was onze voorlopige winnaar maar ik ben benieuwd of jullie nog betere opties hebben. Wij zijn er nog niet echt uit.
Hoewel de naam het niet doet vermoeden, gaat het hier niet om een melig experiment maar om een fantastisch lekker gebraden kip. Wat je doet is een kip bovenop een blikje bier zetten en dan lekker lang in de oven (of BBQ met deksel). Het biertje brengt de kip van binnenuit op smaak en maakt hem meteen supermals.
Ik geef meteen toe dat het nogal oneerbiedig is om de kip een blikje bier in z'n achterste te duwen, maar aan de andere kant worden de meeste kippen toch al volgepropt, dus daar moet je je gewoon even overheen zetten. Een citroen in je kont is ook niet fijn toch? Daarnaast troost ik me met de gedachte dat ik toch alleen maar gelukkige scharrelkippen koop, die hebben in ieder geval een leuk leven gehad.
Voor 1 bierkontkip heb je nodig:
Een grote scharrelkip (ca. 1,5 kilo)
een blikje bier
voor de marinade:
Een volle theelepel venkelzaadjes
een afgestreken theelepel komijnzaad
een afgestreken theelepel gerookt paprikapoeder
een volle theelepel bruine suiker
een afgestreken theelepel milde chilipoeder
zeezout, versgemalen peper
olijfolie
Verwarm je oven of barbeque voor op 200 graden. Maak het kruidenmengsel door eerst alle zaden te pletten in de vijzel, dan de rest van de kruiden en suiker toe te voegen en op smaak te brengen met zout en peper. Maak er vervolgens met olijfolie een lekkere pap van waar je je kip mee insmeert (van binnen en van buiten).
Maak je biertje open en drink er ongeveer de helft uit.
Zet nu de kip op het blikje bier en zet in oven of BBQ.
Ongeveer 1 1/2 uur later even checken op gaarheid door een prikker in het dikste deel te steken. Als het vocht dat eruit loopt helder en kleurloos is, is je kip gaar.
Blikje bier eruit halen en de kip serveren. Lekker met frietjes, salade, geroosterde groenten etc. etc. etc.
Wie de officiele vertaling van Beer Butt Chicken wil weten, rent 15 oktober naar de boekwinkel. Dan ligt Jamie's America vertaald in de winkel.
Verplichte kost voor iedereen die van koken houdt! Vanavond vertelt Ferran Adria (El Bulli) over het ontstaan van de mythe. Wie dit niet wil missen (en wie van de lezers van deze foodiesite zou dat nou willen missen?), schakelt vanavond om 21.50 in op het programma Spraakmakers op Canvas (of regelt video/Tivo/mediacenter etc. in). Enjoy!
Oplettende lezertjes was het natuurlijk al lang opgevallen. Het is stil in Casa Flavourites. Te stil.....
Geen zorgen! Er wordt hier echt nog wel gegeten. Alleen niet zo uitgebreid. Niet zo leuk. Niet zo bijzonder. Dus niets over te melden. Beetje quick and dirty af en toe.
Voor wie het allemaal echt wil weten; mijn tweede hobby (werk) slokt momenteel even alle tijd op. Na 3 september is dat (als het goed is) weer over. Dan volgt wel weer de enorme jaarlijkse verjaardagshausse maar he! Da's natuurlijk het perfecte taartenseizoen. Dan zien we elkaar wel weer!
Eindelijk weer eens een anders-dan-anders-pasta. Pasta is natuurlijk altijd al prima. Je kunt er bijna niets aan verprusten (al at ik laatst in een restaurant een totaal tot moes gekookte, zoutloze tagliatelle; brrrrrr!) en kunt er van alles doorheen smokkelen. Geen wonder dat het vooral in gezinnen met kinderen een favoriet is. Maar toch... het kan ook zomaar ineens je neus uitkomen. En dan is deze variant van River Cafe wel een leuke afwisseling. Toegankelijk genoeg voor minimensen en toch interessant genoeg voor de groten. Dus ook zonder kids een verrassend en lekker recept. Omdat je de ricotta niet door de saus roert maar onder de pasta verstopt, krijg je een lekkere afwisseling tussen pittig en fris. Mmmmmmm...
Voor 2 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
400 gram fussili of penne
1 dl tomatensaus (liefst zelfgemaakt; fruit een uitje met knoflook in olijfolie, voeg passata toe en wat basilicum en laat 10 min. koken)
1 ui, gesnipperd
2 teentjes knoflook, gesnipperd
1 venkelknol, fijngehakt
4 italiaanse worstjes (of gewoon lekkere nederlandse verse worstjes)
50 gram parmezaan, vers geraspt
150 cl rode wijn
250 gram ricotta
En zo easy is het:
Leg de worstjes in een koekenpan en zet ze onder water. Breng het water aan de kook en laat sudderen tot het water verdampt is. Haal daarna de worstjes uit de pan, laat afkoelen en trek het vel eraf. Verkruimel het worstvlees tussen je vingers en zet apart.
Terwijl je een grote pan met water voor de pasta aan de kook brengt, maak je de saus:
Fruit ui en knoflook, voeg de venkel toe en bak even. Voeg vlees, wijn en tomatensaus toe en kook ongeveer 10 minuten. Breng op smaak met zout en peper. Intussen kook je de pasta beetgaar (check op het etiket de kooktijd en begin ongeveer 2 minuten eerder te proeven of de pasta goed is).
Giet de pasta af (hou een kopje kookvocht achter) en roer de saus door de pasta. Gebruik evt. wat kookvocht om de boel wat smeuiger te maken.
Schep op ieder bord een flinke lepel ricotta. Schep daar de pasta bovenop en maak de boel af met flink parmezaan en nog wat lekkere olijfolie.
Ook in Casa Flavourites zijn het luie, lome dagen. Het ritme van de vakantie heeft toegeslagen, zeg maar. Wat moet je ook anders, met 6 weken vrije tijd? Waarom zou je stressen als je alles ook best morgen kunt doen? Of overmorgen.
Wat is het heerlijk om niet op het onzalige half-negen-tijdstip voor de poorten van school te hoeven te staan! Duwend en trekkend tussen alle andere avondmensen die 's ochtends zo vroeg ook niet kunnen functioneren. In ieder geval niet voor de noodzakelijke twee espressootjes, maar daar heb je nu net geen tijd voor! Echt een garantie voor disaster! Wie dat ooit verzonnen heeft... Nu alles steeds meer flex wordt; kunnen de schooltijden dan ook niet iets meer flex? Er wordt toch al nauwelijks meer klassikaal lesgegeven dus waarom geen flexibele schooltijden? Ik zie alleen maar voordelen. Geen chaotische taferelen meer met totaal dichtgeslibde wijken. Binnen een tijdsspanne van een kwartier staan bij een gemiddelde school al snel meer dan 100 voertuigen hun vrachtje te laden en lossen. Tel daarbij dat het gemiddelde voertuig almaar groter wordt en het beeld wordt aardig helder. Daarnaast hebben wij het levende bewijs in huis dat ook sommige kinderen echte avondmensen zijn. Onze oudste is 's ochtends over het algemeen nogal comateus. Zou het dan niet veel slimmer zijn om deze schatjes (en hun ouders!) lekker tot 9 uur te laten uitslapen, waarna iedereen fris en fruitig aan de dag kan beginnen? Ik teken ervoor! Tijdens de vakantie lopen de kinderen tot half 11 in pyjama (pa en ma op echt luie dagen ook...) en meestal wordt pas aan het einde van de ochtend duidelijk wat we in vredesnaam weer gaan doen vandaag, want ja, het moet in deze 6 weken natuurlijk wel allemaal gebeuren!
Op dat soort dagen schiet het koken er meestal wel bij in. Laatst werd het voor de verandering een keer de Chinees. Heerlijk kipgerecht met citroen/sambalsaus. Omdat het zo lekker was (en omdat het nog steeds recessie is maar daar wil ik het nou juist NIET over hebben) hebben we de restanten de dag erna gerecycled.
De saus verdund met rijstazijn en wat soyasaus. Salade met komkommer, heel dunne rode uiplakjes, little gemblaadjes aangemaakt met limoensap en een beetje suiker. Noodles gekookt en aangemaakt met sesamolie. Daaroverheen de kipstukjes, dan het sausje, bosuitjes en schijfjes limoen. Heb je toch ineens weer op zo'n luie dag staan koken!
De laatste tijd lees ik ook steeds meer over de wens om de gezamelijke vastgestelde lange zomervakantie af te schaffen. Ik zeg: doen!
Het is gelukt! Het is gelukt! Het is gelukt! De Perfecte T-bone! Met dank aan de Cook en Chemist Eke en Jan. Sowieso een erg leuk boek trouwens om te lezen. Nuttig ook, als je echt wilt begrijpen wat er gebeurt in je pannen. En waarom.
Ik weet nu bijvoorbeeld hoe je dat perfecte eitje maakt. Waarom eieren pocheren bijna nooit lukt. Hoe je smaken en aroma's kunt vasthouden (en weer loslaten). Hoe je ijs schepbaar blijft. En nu dus ook hoe je de perfecte T-bone maakt. Je weet wel, houtskool gegrild korstje en van binnen supermals, lekker bloederig rood maar ook warm. Vooral dat laatste gaat nogal eens mis. Zo'n stukje bief mag natuurlijk nooit te lang garen want dan verdwijnt het sappige waar je zo naar verlangt als je in een bloeddorstige bui bent.
Vaak is de binnenkant dan nog niet op temperatuur. We waren al een stap dichter bij perfectie door de steaks na het bakken in alufolie nog een kwartiertje in de oven na te laten garen. Maar toch... het bleef altijd een beetje gissen naar de status vanbinnen.
Als je dus het boek Cook en Chemist leest, weet je dat je moet zorgen dat de steak vanbinnen 55 graden is, maar ook dat de hitte van de buitenkant echt aan de buitenkant moet blijven want bij verhitting boven 80 graden worden de eiwitten in het vlees stug. Leuk voor een korstje aan de buitenkant maar binnenin wil je dat niet.
De truc is vervolgens supersimpel: leg je steaks een uur voor het grillen in een oven van 60 graden. Na een uurtje is het vlees door en door op temperatuur maar nog steeds rood en sappig. Daarna volstaat heel kort grillen van de buitenkant op een houtskookvuurtje of grillplaat.
Als je het echt helemaal af wilt maken, marineer je de steaks ook nog een uurtje voordat ze de oven in gaan met bijvoorbeeld een marinade van citroensap, olijfolie, peper, zout, knoflook en rozemarijn. Smakelijk!
Zelfgemaakte pasta is het lekkerst, dat weet iedereen. En het is ook leuk om te maken, dat weet volgens mij niet iedereen. Veel te vaak lees je dat je eerst een paar keer goed moet oefenen en dat het de eerste keren waarschijnlijk hopeloos fout gaat. Dus allereerst een tip: Als je heel erg twijfelt aan je motorische vaardigheden, technisch inzicht en/of IQ, haal dan bij de super wat verse lasagnebladen. In geval van ernstig mislukken van je eigen deeglappen kun je de lasagnevellen in brede linten snijden en de onwetende eters presenteren als je eigen kunstwerk. Maar nogmaals, die tip is alleen bedoeld voor zeer onzekere koks. Pasta maken is namelijk zo simpel als wat. Zeker als je in bezit bent van een pastamachine of (helemaal top) een KitchenAid met pastahulpstukken. Maar ook met alleen een deegroller en een mes maak je al de meest fantastische pasta. Sterker nog; ook zonder deegroller en mes kun je pasta maken. Maak kleine pastabolletjes en knijp ze plat. Ziedaar: oricchietti oftewel oortjespasta. Ook geschikt als kleiproject met kleine kinderen trouwens, maar ik loop op de zaken vooruit...
Voor pasta heb je deeg nodig en vooral over dat deeg zijn de meningen sterk verdeeld. Of er hele eieren in moeten of alleen de dooiers. Welk meel je moet gebruiken. Of en hoeveel water er bij moet. Of er olijfolie in moet. Wat ik in Italie van Alessandro heb geleerd is de regel dat je voor
spaghetti alleen bloem en water gebruikt en dus geen eieren. Weet niet
of dat een regel of een mening is trouwens...
Omdat volgens mij niemand zit te wachten op nog een extra mening geef ik gewoon mijn standaardrecept met als enige argument dat de pasta altijd lukt en lekker is. Waarschijnlijk ga je zelf na een tijdje ook aan het experimenteren en komt er vanzelf weer een extra mening bij!
Pastadeeg maak je met onderstaande ingredienten per persoon (dus voor 4 personen doe je alles keer 4):
50 gram semola di grano duro, in NL o.a.te koop van de Cecco
50 gram tipo "00" bloem, dit is de fijnste maling
1 ei
Roer alles in een grote kom los met een vork en voeg een snufje zout, een scheutje olijfolie en een scheutje water toe. Hier is het nogal lastig om hoeveelheden te geven omdat de juiste hoeveelheid vloeistof nogal afhankelijk is van bijvoorbeeld hoe groot je eieren zijn en de luchtvochtigheid. Beetje testen dus, daar krijg je vanzelf steeds meer ervaring in. Je leest zometeen wat je kunt doen als je deeg te nat of te droog is.
Als alles in de kom redelijk gemengd is en al een beetje aan elkaar blijft hangen, doe je je horloge en ringen af om te gaan kneden. Zet in ieder geval een swingend muziekje op!
Tip voor ouders met jonge kinderen: Kneed het deeg met 1 hand op je rug. Zo weet je zeker dat je een hand schoon en dus beschikbaar hebt als er zich weer eens een noodgeval voordoet (en geloof me, ze ruiken het....). Nog makkelijker is het als je een keukenmachine hebt die een stevig deeg aankan. Na een paar minuten kneden moet je een mooie, elastische bal van je deeg kunnen maken die niet meer aan je handen blijft plakken. Je deeg is te droog als je er na een paar minuten kneden geen bal van kunt maken maar als er steeds stukken af blijven vallen. Voeg dan wat water of olijfolie toe. Je deeg is te nat als het aan je handen blijft plakken, voeg dan wat bloem toe. Nogal simpel dus.
Als je tevreden bent over je deegbal, pak je hem in met folie en legt hem een half uurtje in de koelkast.
Maak ruim voor je wilt eten de pasta af. De kooktijd van verse pasta is namelijk maar een paar minuten dus als je de pasta pas vlak voor het koken draait, heb je vaak een praktisch probleem van help-ik-sta-pasta-te-draaien-en-mijn-saus/vlees/vis-heeft-ook-even-aandacht-nodig-maar-
OK. Als je dus ruim voor het eten de pasta wilt draaien haal je de bol uit de koelkast. Nu hangt het er een beetje van af hoe je het deeg verder wilt verwerken. Ik geef hieronder een paar voorbeelden, eigenlijk is het net kleien.
Maar eerst een paar algemene, handige tips:
* leg je gemaakte pasta op een schone theedoek of bakplaat en bestrooi met een beetje semolina om plakken tegen te gaan. Het teveel aan semolina schud je er makkelijk weer vanaf. Gebruik hiervoor geen bloem, dat blijft juist wel plakken!
* als je de pasta langer dan 30 minuten voor het koken maakt, moet je hem bewaren in de koelkast. Er zitten namelijk rauwe eieren in...
* afhankelijk van de dikte van de pasta is de kooktijd 2-4 minuten. Het beste is het om tijdens het koken af en toe een stukje te proeven.
* verse pasta kun je perfect invriezen. Ongeveer 2 maanden houdbaar. Ingevroren pasta hoef je niet te ontdooien maar kun je direct in het kokende water doen. Tel 1-2 minuten bij de normale kooktijd op en roer de eerste halve minuut niet (dan kunnen de nog bevroren pasta's makkelijk breken).
Hieronder de verschillende pastaverwerkingsmanieren:
Met de hand vormpjes maken, zoals oortjes, bolletjes, korte rolletjes.
Als je vormpjes met de hand wilt kneden ga je dat nu lekker doen.
Met de hand lasagna/papardelle/tagliatelle maken.
Leg de bol op een met semolina bestoven werkblad en bestuif ook de bol met een beetje semolina. Rol het deeg uit met een deegroller tot het zo dik is als je wilt. 1-2 millimeter is prima. Van deze lap kun je nu lasagnebladen snijden. Als je linten wilt maken, rol je de lap (goed bestoven met semolina!) op en snij je hem in dunne repen. Uitrollen en klaar zijn je linten. Ongeveer 0,5-1 cm heet tagliatelle. Vanaf 1 1/2 cm heet het papardelle.
Ook kun je zo'n lap deeg gebruiken om ravioli te maken, dat laat ik een andere keer zien, daar heb ik in Italie een heel makkelijke manier voor geleerd.
Je kunt ook pasta maken met een speciale machine waar je vormpjes mee kunt maken. Je hebt redelijk eenvoudige die je met de hand draait.
Voor de Kitchenaid is er nu ook een speciaal opzetstuk en dat werkt helemaal fantastisch.
Eerst sla je de bol deeg plat en bestrooi je hem met semolina.
Vervolgens snij je de dikke plak in stukjes van ongeveer 2x2 centimeter. Die stukjes stop je een voor een in de vultrechter en na een tijdje wordt de pasta er aan de onderkant in de gewenste vorm uitgeperst.
Zo kun je dikke en dunne macaroni maken, penne, rigatoni (heel dikke buispasta), bucatini (holle spaghetti) en gewone spaghetti.
Het handigst is het om een grote kom met semolina onder de molen te zetten.
Als je de pasta afsnijdt kun je hem meteen door de semolina husselen waardoor het geen plakboel wordt. Spreid de bestoven pasta daarna uit op een bakplaat.
Als je alle pasta gedraaid hebt kun je er nestjes van draaien die nu klaar zijn om te koken of in te vriezen.
Tot slot kun je pasta maken met een pasta-rol-machine.
Hiermee kun je linten, spaghetti of vellen draaien. Je hebt ze die je met de hand draait met verschillende opzetstukken voor verschillende vormen en zelfs ravioli.
Dat laat ik de volgende keer zien met foto's!
Trouwens, de KitchenAid heeft ook een opzetstuk voor deze "platte" pasta's, vandaar dat bovenstaande set vanaf vandaag op Marktplaats staat!
Met jonge kinderen is het ontzettend makkelijk om een enorme muts te worden. Alles waarvan je eerder stellig uitriep “Dat nooit!” is ineens vanzelfsprekend geworden. Je koopt ongemerkt steeds meer bij de Hema. Je portemonnee en Iphone staan ineens vol met schattige kiekjes (die je bewust en onbewust aan Jan en Alleman opdringt). Je begint de voordelen in te zien van een verblijf in CenterParcs, want logistiek praktisch en “als de kinderen plezier hebben, hebben papa en mama plezier”. Toch? OK, CenterParcs is misschien een fout voorbeeld want dat gaat me net iets te ver. Maar verder doe ik vrolijk mee met de mutsenparade. Hippe bakfiets, kekke jurkjes, verantwoord speelgoed (maar dan ook weer alles van Cars- en Prinsessen) en ..... de pastasalade! Niets zo geschikt om “alles-wat-goed-voor-ze-is-maar-waar-ze-steevast-hun-neus-voor-optrekken” in te verstoppen. Ik ben inmiddels een pro want het lukt me nu zelfs om er een complete schijf van vijf in te laten verdwijnen.
Lees en huiver!
Voor 2 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
400 gram ongekookte kleine pasta (fussili is een topper!)
1 blikje tonijn op olie, uitgelekt
3 flinke eetlepels Griekse yoghurt (evt. Biogarde, is ook lekker)
1 flinke eetlepel mayonaise
1 rood uitje, fijngesnipperd
˝ komkommer, in blokjes gesneden
250 gram kerstomaatjes, in kwarten
1 Granny Smith, geschild en ik blokjes gesneden
En zo makkelijk is het:
Kook de pasta in ruim water met zout gaar. Laat uitlekken in een vergiet.
Meng de tonijn met yoghurt en mayonaise. Pureer met de staafmixer en breng op smaak met zout en peper. Roer dit mengsel door de nog warme pasta en voeg daarna de rest van de ingrediënten toe. Laat afkoelen en eet smakelijk.
Met dit recept kun je natuurlijk alle kanten nog uit. Je kunt er blokjes kaas in verstoppen. Of worst. Bleekselderij. Augurken. Verse kruiden. Stukjes wortel. Mais. Restjes gekookt kipvlees. Enfin.... van alles dus!
Soms kun je je kinderen beter niet vertellen wat er in de saus zit. "Wild boar" klinkt wel enorm woest natuurlijk. Als dat op je bord ligt kun je niet anders dan fantaseren over oermannen in berenvellen die op het dier gejaagd hebben. Gelukkig wordt zo'n fantasie niet veel realistischer want dan zit je aan tafel ineens met een stel "jagersvrinden-in-vol-ornaat-in-boswachterskleuren" op je netvlies. In het Nederlands klinkt wild boar trouwens al een stuk minder woest. "Wild zwijn" klinkt zelfs een beetje viezig, waarschijnlijk door de negatieve bijklank van het zwijn. Maar in de kindergeest wordt zo'n wild zwijn al snel een everzwijntje en die gaan dan meteen fantaseren over Asterix en Obelix. En een everzwijntje eet je uiteraard niet op! Dat is het exclusieve recht van Obelix. Wat een geweldige smoes om weer eens niets te eten!
De grote mensen van vanavond vonden de wild boar gelukkig wel erg lekker. Het recept komt uit Toscane waar ik een paar daagjes de kunst heb mogen afkijken bij Osteria di Rendola. Oorspronkelijk gebruiken ze in Toscane altijd olijven bij wild zwijn. In dit recept worden de olijven verwerkt in de pasta waardoor je echt iets bijzonders op je bord krijgt. Leuk om te maken en lekker om te eten!
Voor 4 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
Een kilo wild zwijnevlees
een fles rode wijn
2 handen vol jeneverbessen
4 takken rozemarijn
2 bollen knoflook
4 laurierblaadjes (liefst vers)
blikje tomatenpuree
en voor de pasta
250 gram semolina
250 gram typo "00"-bloem
250 gram eieren (ongeveer 5 eieren)
handjevol zwarte olijven zonder pit
En zo makkelijk is het:
Begin de dag voordat je het zwijn wilt eten. Snijd het vlees in stukken van ongeveer 6 centimeter en dep ze droog. Doe ze in een schaal en doe daar een halve fles wijn bij, 2 takjes rozemarijn, een handje vol jeneverbessen en een handje vol knoflookteentjes. Doe er zoveel water bij dat al het vlees onder staat. Laat dit minstens een nacht marineren in de koelkast. Droog dan de olijven door ze gehalveerd een paar uur in een oven van ongeveer 80 graden te leggen. Haal ze eruit en blits ze in de blender.
Ongeveer 4 uur voordat je wilt eten begin je te koken. Pel de teentjes van een bol knoflook en kook ze 10 minuten in wat water. Verwarm 100 cl olijfolie in een ruime pan met dikke bodem en doe daar de stukken vlees bij. Gooi de marinade weg.
Strooi wat zout over het vlees en zet het vuur hoog. Het vlees zal veel vocht loslaten en gaan koken. Geen paniek! Dit hoort zo. Laat het vlees net zolang koken en pruttelen tot al het vocht verdampt is. Blijf nu bij het vlees in de buurt en laat een korstje vormen. Voeg nu de gekookte, afgegoten en geprakte knoflook toe met 2 takjes fijngehakte rozemarijn en een blikje tomatenpuree en 4 laurierblaadjes. Giet er de resterende halve fles rode wijn bij en laat deze op hoog vuur verdampen. Voeg dan een laagje water toe tot halverwege het vlees en stoof het vlees afgedekt op een laag pitje. Ongeveer 1 ˝ uur op het vuur of 2 uur afgedekt in een oven van 120 graden. Hoe langer het vlees stooft, hoe malser het wordt! Op een gegeven moment valt het zelfs helemaal uit elkaar. Hou wel in de gaten dat de boel niet droogkookt en voeg evt. nog wat water toe. Haal het laatste kwartier de deksel van de pan, dan wordt het vlees mooi bruin. Proef of er nog zout/peper bij moet.
Dit stoofvlees is ook fantastisch met polenta (een plak of stukken gefrituurd) en knoflook/rozemarijnaardappeltjes uit de oven.
Maar nu maken we er dus een ragu van voor een pasta. Je kunt het zo laten of het vlees kleiner maken.
Voor de olijvenpasta meng je de meelsoorten met de gesnipperde olijven, de eieren en een klein scheutje olijfolie. Meng in de keukenmachine of met de hand en laat in folie een uurtje in de koelkast rusten. Deze pasta mag flink stug zijn, dan is hij steviger en zal minder snel breken door de olijfstukjes. Bij uitrollen van deze pasta is het belangrijk om dat in 1x te doen, 1e keer op stand 1, dan stand 3, dan bestrooien met semolina en alvast een beetje in vorm snijden (niet eerder, dan wordt het te droog en kun je de snijdsels niet meer verder verwerken) en dan stand 5.
Snij de lap nu in gelijke rechthoeken en bestuif royaal met semolina. Het bestuiven van verse pasta doe je eigenlijk alleen met semolina want dat blijft niet aan de pasta plakken, gewone bloem zou dat wel doen waardoor de pasta tijdens het koken melig kan worden. Stapel de vellen pasta op elkaar tot gebruik. Vouw iedere rechthoek 2x dubbel en snij de pasta in linten van ca. 2 ˝ cm breed. Vouw over je hand, rol er een nestje van en leg tot gebruik op een schone theedoek.
Kooktijd van deze pasta is 2 minuten.
Zorg dat saus en pasta tegelijk klaar/gaar zijn. Giet de pasta af en bewaar een kopje kookvocht. Doe de pasta terug in de pan, giet er de ragu over en maak eventueel wat smeuiger met het kookvocht. Drapeer op een bordje en besprenkel royaal met goede olijfolie.
Levensgevaarlijk die vakantie in Italie. We zijn allemaal zwaar verslaafd terug gekomen. IJsverslaafd wel te verstaan dus het kan beroerder. Als kookgek ga je dan natuurlijk meteen zelf ijs draaien. En draaien. En draaien. En draaien....
Dat moest ook wel want na mijn laatste bezoekje aan de markt moesten al die aardbeien, kersen, mango's, limoenen etc. verwerkt worden. De fruitvliegjes hebben onze keuken namelijk alweer gevonden.
Enfin! Inmiddels staat de vriezer dus vol met 10 lekkere smaakjes. Wat te denken van roomijs, chocolade-ijs, aardbeien-roomijs, aardbeien-sorbetijs, mango-mascarpone, mango-sorbet, limoen-mascarpone, kersen-yoghurt, fior di latte en sinaasappel?
We kunnen wel even vooruit. Als het lukt wil ik volgende week een bezoekje brengen aan Roberto Gelato. In onze wijk (en volgens mij ver daarbuiten) een begrip en dat is niet voor niets want voor Italiaans ijs hoef je dus niet naar Italie.
Binnenkort dus meer ijsnieuws op Flavourites en om jullie alvast in de sfeer te brengen nu alvast het recept van Semifreddo. Deze "ijstaart" leerde ik in Toscane maken bij Alessandro Bettini, de chef van Osteria Rendola (ook al zo'n begrip!). Daarover ook later meer (met recepten en hele mooie foto's!).
Semifreddo
200 gram mariabiscuitjes, verkruimeld in de blender200 gram zachte boter
5 eiwitten
250 ml slagroom
150 gram suiker
zakje vanillesuiker
snufje zout
Meng eerst de kruimels door de zachte boter. Vet een ronde taartvorm van ca 22 cm doorsnede in en bedek de bodem met het boter/koekjesmengsel.
Klop de eiwitten stijf. Breaking news: een beetje eigeel door het eiwit is geen enkel probleem! Klop de slagroom stevig en meng daar de suiker, vanillesuiker en een snufje (!) zout door. Spatel nu voorzichtig eiwitten en slagroom door elkaar. Hou de boel zo luchtig mogelijk, ga dus niet roeren. Naar smaak kun je er nu van alles door mengen. Chocolade, stukjes aardbei, jam, gesuikerd fruit, etc. etc. Leef je uit!
Stort het eiwitmengsel op de bodem, spatel de bovenkant netjes af en zet in de vriezer. Vergeet niet deze ijstaart een half uurtje voor het eten uit de vriezer te halen.
Eigenlijk ben ik dus gewoon hartstikke italiaans, dat staat nu wel vast. OK, ik ben per ongeluk ergens anders geboren. Ik spreek de taal niet. Ik ben te blond. En ik spreek dan weer wel goed engels. Maar verder ben ik dus hartstikke italiaans! Rij als een Italiaan, heb inmiddels het ritme van een Italiaan (tranquilo!) en begin steeds meer te koken als een Italiaan. Dat is tijdens 3 weken vakantie in Italie ook niet zo erg moeilijk natuurlijk. All-inclusive is een begrip dat hier godzijdank nog niet is uitgevonden dus koken doen we lekker zelf. Het heerlijke eten kun je ook nauwelijks ontwijken, het is overal. Loop je dus door de supermarkt dan begint het vanzelf te borrelen. Verse borlottibonen. Nog nooit gegeten maar o zo mooi, dus die gaan mee. We zien later wel wat we ermee maken. Mooie worsten, hele lange of kettingen van kleintjes. Meneer Wateetons, eat your heart out!
Wat ook erg meehelpt, is dat ik het boek “Een dame in de keuken” van Elizabeth David aan het lezen ben. Een aanrader voor iedereen die van eten houdt. Naast fantastische recepten zonder al te veel poespas, staat het boek vol verhalen over (vooral de liefde voor) eten.
Niet zo gek dus dat er vandaag in Casa Flavourites een fantastische maaltijd op tafel kwam. Een salade van verse borlottibonen met proscuito en polenta met venkelworst, ui en wortel (superdun gesneden met mijn zojuist aangeschaft mandolientje). De recepten gaan wat minder met exacte hoeveelheden. De tijdelijke keuken van Casa Flavourites heeft geen weegschaal en ach... als je het niet precies weet moet je gewoon wat meer proeven, ook niet vervelend!
Voor de verse borlottibonensalade:
Een flinke zak verse borlottibonen (of een blik gekookte, uitgelekt en afgespoeld zou ik doen)
4 dikke plakken proscuito (echt wel 3 mm dik) in reepjes iets dikker en korter dan een lucifer
1 gesnipperd uitje, gefruit maar zeker niet bruin
flink olijfolie, mild of peperig naar eigen smaak
beetje balsamico-azijn
1 fijngehakt teentje knoflook
zout en peper
1 in blokjes gesneden vleestomaat
Salie had ik niet maar is volgens mij heerlijk in deze salade!
En zo easy is het:
Dop de bonen, doe ze in flink water zonder zout (volgens mij koken ze eerder stuk als je er zout bij doet, keertje in een recept van Nigella gelezen) en kook ze in ongeveer een half uurtje beetgaar. Check af en toe een boontje op gaarheid door hem door te bijten. Giet als je ze gaar genoeg vindt af en doe de bonen in een schaal. Giet een flinke scheut olijfolie over de nog warme bonen en voeg dan de rest van de ingrediënten toe.. Goed roeren en proeven op smaak brengen met zout en peper. Af laten koelen. Smakelijk!
Voor de polenta met worst en ui-wortelmengsel
250 gram voorgekookte polenta (schijnt iets minder smaak te hebben, maar dan doen we er gewoon wat meer boter en parmezaan doorheen! Met deze temperaturen heeft een echte italiaan zoals ik echt geen zin om 50 minuten in een hete pan te roeren.)
1 liter water
30 gram boter
50 gram vers geraspte parmezaan
1 flinke verse worst (hier hebben ze zalige venkelworst!)
30 gram boter
1 ui, in flinterdunne ringen gesneden
2 worteltjes, in flinterdunne plakjes gesneden
5 zongedroogde tomaatjes uit olie
En zo easy is het:
Breng voor de polenta alvast 1 liter water aan de kook in een pan met de deksel erop (anders verdampt er te veel). Smelt 30 gram boter in een riante koekenpan met anti-aanbaklaag. Doe er de verse worst in en bak deze op redelijk hoog vuur snel aan beide kanten een beetje bruin. Pas op dat de boter niet verbrandt! Doe de uiringen en wortelplakjes bij de worst in de pan, roer even goed door de boter, draai het vuur lager en doe een deksel op de pan. Laat 5 minuten smoren. Draai de worst om en schep het ui/wortelmengsel goed om. Deksel weer op de pan en 5 minuten met rust laten. Voeg dan de fijngesneden tomaatjes toe en laat nog 5 minuutjes smoren. De exacte tijden zijn uiteraard afhankelijk van de dikte van de worst dus het kan korter of langer worden. Als de worst gaar is en de uien zoet gecarameliseerd zijn, draai je het vuur uit en laat je de pan met de deksel erop staan. Je hebt nu alle tijd om de polenta te maken.
Voeg zout (niet te veel!) toe aan het kokende water en giet er dan in een gestage straal de polenta bij. Roer goed en schrik niet als de boel heftig begint te borrelen en ploppen. Kijk uit voor spatten! Roer de komende 5 minuten als een dolle om aanbakken te voorkomen. De voorgekookte polenta is, als het goed is, nu gaar. Roer er de boter en parmezaan doorheen en proef even of het zout genoeg is. Spatel de polenta op een platte schaal en smeer uit tot een dikke plak. Leg daar de worst en het ui-wortelmengsel bovenop. Smakelijk!!!
Dat verhaal van “Italianen doen niet aan kant-en-klaar” moet ik een beetje herroepen. Ik vond in de Ipercoop namelijk een kant-en-klare opgerolde koelverse taartbodem van Buitoni. Handig!!! Ik had er al vaak over gelezen en snap nog steeds niet waarom dit in Nederland niet in de handel is. Ik bedoel maar; waarom wel “Aardappel Anders” of “Chicken Tonight” en geen kant en klaar taartdeeg? OK, met een pak bladerdeeg kom je ook een eind en je maakt natuurlijk zo je eigen bodem, maar toch... Ik denk dat ik een trouw afnemer zou zijn. Even meneer Buitoni een mailtje sturen dus!
Meteen uitgeprobeerd natuurlijk en om eerlijk te zijn snap ik wel waarom Italianen uitgerekend dit liever kant en klaar kopen. Een korstdeeg lukt natuurlijk nooit met deze temperaturen. 35 graden en binnen maar een paar graden koeler dus je deeg wordt veel te snel slap.
Met de kant-en-klare lap was de taartvorm zo bekleed. Ik had zelf de rest van deze courgettetaart bij elkaar gedroomd. En lekker! Deze komt in de Flavourites eregalerij.
Voor 1 taart heb je nodig:
Een koelverse opgerolde taartbodem van Buitoni (of een pakje bladerdeeg of een portie korstdeeg)
250 gram ricotta
2 eieren
80 gram geraspte parmezaanse kaas
50 gram geraspte scamorza (of gerookte provolo)
1 flinke eetlepel zelfgemaakte pesto (of verse pesto)
peper en zout naar smaak
3 tot 4 baby-courgetjes in smalle repen gesneden
handje pijnboompitjes
scheutje olijfolie EV
En zo makkelijk is het met een kant en klare bodem:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Roer ricotta, eieren, parmezaan, scamorza, pesto en peper en zout goed door elkaar. Proef goed! Vet je taartvorm in met boter en bekleed met het deeg. Giet het ricottamengsel erin en leg de dunne plakjes courgette er bovenop. Handje pijnboompitjes erover gooien en tot slot besprenkelen met wat goede olijfolie. Afhankelijk van je oven ongeveer 40 minuutjes bakken. Je ziet vanzelf wanneer het er lekker uit ziet.
Smakelijk!
Wat is het eet-technisch gezien toch een fantastisch land, dat Italie. Inmiddels is het al zeker de 5e of 6e keer dat we vakantie vieren in Toscane en weer verveelt het niet en weer ontdekken we nieuwe dingen, nieuwe wijnen, nieuwe smaken. En ook dit keer zal het niet lukken om al het lekkers te proberen. En ook dit keer zal onze auto op de terugweg bijna door z’n hoeven zakken! De hammen, de worsten, de kazen, de jams, geleien, pasta’s, olie, sauzen..... De variatie lijkt oneindig. En alle mogelijke combinaties! Je zou er overspannen van raken. Toch is de basis van de gerechten hier meestal beperkt en simpel. Hoe komt het dan toch dat Italianen die simpele dingen weten om te toveren tot een waar genotsmiddel? Volgens mij heeft dat alles te maken met de Italiaanse eetcultuur die ze met de paplepel wordt ingegoten. Goed eten is hier een belangrijk onderdeel van het leven, daar ga je niet achteloos mee om. Vandaag liep ik over een boerenmarkt in Montevarchi en was toeschouwer van het eindeloos proeven van en praten over eten. Geweldig! Als je door een Italiaanse supermarkt loopt valt het ook meteen op dat er bijna alleen maar kwalitatief goede basisspullen te koop zijn. Nauwelijks pakjes en zakjes kant-en-klaar. Er staat uiteraard wel wat pronto-spul verstopt maar dan moet je echt goed zoeken. Waar je ook goed naar moet zoeken zijn producten buiten het seizoen, die zul je niet vinden. Waarom zou je ook, er is genoeg! Dus geen broccoli en boerenkool maar wel overvloedig kersen, courgettes, aardbeien, tomaten, venkel...
En mocht je in Italie ineens overvallen worden door een gebrek aan inspiratie dan is er nog geen man overboord. De gemiddelde boekhandel verkoopt ongeveer een vierkante meter kooktijdschriften. Over de Italiaanse keuken uiteraard. Dan blijft het in Nederland toch behelpen met die 4 titeltjes.
Het is ons dankzij de houtoven bij ons huisje inmiddels ook gelukt de ultieme pizza te bakken! Wat een kick! Het deeg zelf gemaakt. Beetje op de gok want geen weegschaal in het huisje. Gewoon ongeveer 200 gram tipo “00”-bloem, een half zakje gist, flinke snuf zeezout en een theelepeltje suiker mengen. Vervolgens lauwwarm water toevoegen tot je een stevig deeg krijgt dat net niet meer plakt. Het deeg minstens 10 minuten kneden, dat is nog het belangrijkste van de hele pizza. Pas dan wordt het deeg superelastisch en doet het alles wat jij wilt. De tomatensaus maak je uiteraard ook zelf. Uitje en knoflook fruiten in olijfolie. Passata en oregano erbij en goed laten inkoken. Pizza uitrollen op de plaat van Marmara Carrata (helaas, dat lukt alleen hier, thuis is het weer behelpen met je eigen aanrechtblad). Spiegelglad en waanzinnig mooi. Die Mama aan het werk, net echt! Tomatensaus erover smeren en verder alleen wat proscuito en mozzarella. 4 minuutjes in de loeihete oven. Oordeel zelf!
Zelfs onze Italiaanse gastvrouw vond het molto buono! Of ze laat ons in ieder geval in de waan....
Akelig he? Ik was benieuwd of de combinatie wonderbrood en wonderoven een nog lekkerder broodje zou opleveren. Hierboven dus het resultaat. Echt italiaans brood met bijbehorend beleg. Een stralend zonnetje bracht ons alvast in hoger sferen. Vanaf volgende week hoef ik daar zelf geen moeite meer voor te doen. Dan reist Casa Flavourites af naar het zonnige zuiden om in het land van Pasta en Pizza te genieten van al het lekkers onder de zon. Het thema voor de rest van de zomer is bij dezen dus bekend!
Een paar weken geleden las ik in HP/De Tijd een artikel over een "nieuwe rage" op kookgebied. Nou ja, nieuw..... Het principe van de Big Green Egg is al enorm oud en komt oorspronkelijk uit Japan waar deze keramische ovens gebruikt werden om rijst voor speciale gelegenheden te stomen. Zo rond 1960 veroverde deze "Kamado"-oven de VS en sinds een paar jaar is er een gifgroene versie op de markt; de Big Green Egg dus, voor insiders ook wel BGE. We lazen het stukje en raakten geintrigeerd. Roken, grillen, slow-cooken en bakken, onze oven kon de deur uit! In het vervolg zouden we buiten gaan koken. Dit betekende meteen het einde van de eeuwige discussie "buitenkeuken ja/nee", dus dat was een groot voordeel.
Nader onderzoek (onder andere de prijslijst) bepaalde ons unanieme eindoordeel; dit was de ultieme patserbarbeque! Maar ja, het kookbloed stroomt waar het niet gaan kan, dus uiteindelijk togen we toch naar Oldenhof om ons aan dit alleskunnertje te verlustigen. Dan maar een patser. Hmmm... we hadden niet verwacht dat hij ZO lelijk was! Dit leek op het fornuis van een Laaf! Dan toch maar op zoek naar de Grill Dome, die in Amerika in ieder geval in 5 verschillende kleuren leverbaar is. Maar in Nederland dus niet aan te komen, dat duurt waarschijnlijk nog een jaar of 20...
Tja, en dan? De oplossing werd uiteindelijk gevonden in een beschut stukje tuin waar het grote groene ding weg zou vallen tegen de net-zo-groene achtergrond. Dus toch een handige kleur achteraf...
Na wat kinderziektes konden we vandaag dus van start. Het weer was perfect, al maakt dat voor deze zware jongen niet uit. Ook bij -10 of regen kun je er op koken. Niet dat ik dan over het algemeen veel zin heb om buiten te gaan staan koken, maar het kan dus. We hadden de bijgeleverde DVD al bekeken. Dat is op zich al reden genoeg om zo'n ei aan te schaffen. Hilarisch! Ruim een uur Tell Sell! Heel Amerikaans. Heel fout. Heel groot. Heel mooi vlees. Want dat moet je ze toch nageven. Als het gaat om optimale vleesbereiding kunnen we nog wat van onze overzeese vrienden leren. En zo'n BGE helpt dan enorm. Door het ontwerp met twee regelbare openingen is de temperatuur zeer nauwkeurig in te stellen. Zo kun je dus slowcooken door hem uren op 100 graden te laten branden, of knallen met ruim 500 graden (ik voorspel binnenkort de perfecte houtovenpizza in Casa Flavourites).
Wij begonnen met een rib-eye. Eerst een half uurtje buiten de koelkast in een marinade van olijfolie, citroensap, gekneusde knoflooktenen, rozemarijn, zout en peper. Groene vriend aansteken en flink opstoken. Na ongeveer 10 minuutjes heb je al ruim 300 graden bereikt dus we hoefden niet erg lang te wachten. 1 1/2 minuut aan de ene kant (deksel dicht), dan omdraaien en nog 1 1/2 minuut aan de andere kant met de deksel dicht. Dan de openingen dichtdraaien en de steaks nog 3 minuutjes aan hun lot overlaten. Van het vuur nog even 5 minuutjes laten rusten. Dat waren 5 hele lange, zware, moeilijke minuten. Die geur!
Het resultaat: Perfecte medium-rare steaks met van die echte ribbels en een heerlijke houtskoolsmaak. Beter en vooral sappiger dan verwacht!
Na dit succes heb ik de temperatuur verlaagd naar 140 graden en er een kip in gelegd. 4 uur later aten we de sappigste, smakelijkste kip die ik ooit heb gegeten. De Big Green Egg is nog steeds lelijk maar ik denk toch dat dit mijn nieuwste beste kookvriendje wordt. De liefde van de vrouw gaat door de maag!
Wat voor een taart maak je voor een jochie dat 3 wordt? Een stoere! Met autootjes, veel autootjes. Gewoon even naar de speelgoedhemel om daar zo veel mogelijk goedkope autootjes kopen. Kijk, dan ben je in ieder geval voor 1 dag de allerallerallerallerliefste mama van de hele wereld! Wil je weten hoe je zo'n taart maakt? Lees dan even deze workshop.
Als je kinderen nog jong zijn geloven ze zomaar dat papa of mama alles kan. Wonderkusjes helpen tegen kleine pijntjes, met een toverspreuk tover je de engste monsters onder het bed vandaan en uiteraard weet je altijd waar de schoenen/jassen/tekeningen/tassen/bekers/knuffels/autootjes liggen. Mochten ze ooit aan je gave gaan twijfelen dan kun je altijd deze troef nog uitspelen. Zelf frisdrank maken. Met wat simpele ingredienten tover je bubbels in gewoon kraanwater. Of in ranja. In alle kleuren en smaken van de regenboog natuurlijk. Magisch!!!
Ook handig voor kinderfeestjes.....
Dit is het basisrecept:
1 liter water
1 tl citroenzuur (bij de toko, of anders 2 el citroensap)
1 tl zuiveringszout of natriumbicarbonaat (bij de apotheker, ook handig bij bakken!)
smaak- en kleurstoffen (suiker, vruchtensap, diksap etc. etc. etc.)
En zo makkelijk is het:
Giet een liter water in een mooie fles en breng op smaak met bijvoorbeeld ranja of diksap. Doe er het zuiveringszout bij. Roer goed en doe er dan het citroenzuur of -sap bij. Goed roeren en de ooohs en aaaahs met een glimlach in ontvangst nemen. Je bent weer even de knappe papa of mama!!!
Wat is dat toch met de maand augustus? Blijkbaar hangt er dan iets in de lucht wat kindjes oplevert want het lijkt wel of de hele wereld in mei jarig is. Het was dus nogal druk de afgelopen weken, vandaar wat weinig actie op Flavourites. De keuken in Casa Flavourites heeft echter overuren gedraaid. Wat een geweldig seizoen is dit! Kilo's aardbeien zijn er doorgedraaid en dat leverde geweldige jam en zalig aardbeien-roomijs op. En momenteel staat er een superstoere jongetjestaart te wachten op alweer een verjaardagsfeestje morgen! Hij is briljant, al zeg ik het zelf. Binnenkort dus meer.
Geboren culi-kids zouden een prachtleventje hebben hier in Casa Flavourites. Iedere dag nieuwe smaakervaringen, mooie gerechten en iedere dag met mama in de keuken kokkerellen. Jammer alleen dat mijn lieverdjes geen aangeboren culinaire talenten bezitten. Ook geen aangeboren voorliefde voor experimenten met eten trouwens. Wat dat betreft zijn het net kleine kinderen. Gelukkig hou ik zelf erg van koken en lekker eten en ben ik bovendien nogal eigenwijs. Anders zou ik deze blog beter de "pasta- en stamppothoek" kunnen noemen. Toch komt hier minstens 2 keer per week een pasta of stamppot op tafel. Beide kinderen in Casa Flavourites zitten helemaal onderin de heilige CB-groeicurve qua gewicht dus af en toe moet er gewoon even bijgevoed worden. En pasta en stamppot gaan er nu eenmaal gegarandeerd in. Flavourites zou Flavourites echter niet zijn als daar dan niet mee ge-experimenteerd zou worden. Gisteren kwam ik erachter dat er prei lag te sterven in de groentenschaal dus daar moest ik iets mee. De ervaring leert hier dat sliertjes prei in tegenstelling tot sliertjes pasta bijzonder demotiverend werken op onze kinders. Het moest onherkenbaar worden; stoven dus. Bijwerking is dan bovendien dat de prei lekker zoet wordt. Een grondige inspectie van koel- en keukenkastjes leverde verder een pot pesto en een bakje Philadelphia light. Dat moest dus wel lukken. Het preimengsel met pesto en verse kaas is volgens mij ook erg lekker door pasta, dan moet er wel wat extra kookvocht van de pasta doorheen.
Wil je eens diepe indruk maken met je kookkunsten, dan is dit prutje geen aanrader. Maar lekker is het wel!
Voor 2 groten en 2 kleintjes heb je nodig:
4 middelgrote preistengels, in ringen gesneden, goed gewassen en uitgelekt
eetlepel boter en eetlepel olijfolie
800 gram geschilde, kruimige aardappelen
1/2 bakje Philadelphia light
4 eetlepels pesto
125 gram magere spekreepjes
4 eetlepels pijnboompitjes
En zo easy is het:
Rooster eerst in een koekenpan de pijnboompitjes. Haal ze uit de pan en bak daarna in dezelfde pan de spekjes uit. Verwarm de boter en olie in een hapjespan waar een deksel op past en doe er de prei in als de boter gesmolten is. Let op dat het niet te hard gaat, de prei wordt niet gebakken maar gestoofd. Zet het vuur laag en doe de deksel op de pan. Check af en toe of het niet te hard gaat, de prei mag niet donker worden.
Breng de aardappelen met een laagje gezouten water aan de kook en kook ze in ongeveer 20 minuten gaar. Als de prei zacht en glanzend is, haal je hem van het vuur af. Roer de pesto en de Philadelphia door de zachte prei.
Als de aardappelen gaar zijn, giet je ze af en haal je ze door de pureeknijper (of stamp ze fijn). Roer het preimengsel en de spekjes door de puree (of je het spekvet erbij doet hangt van je gewicht af, hier is het beter van niet). Schep op de borden en bestrooi met de pijnboompitjes. Lekker met worstjes of een gehaktbal.